Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать
  • Pensioenroutine:

    • Tevredenheid met de nieuwe levensfase.

    1. Afronding:

      • Meer afhankelijkheid.

      • Verslechtering gezondheid.

      • Gevolgen van pensionering:

        • Identiteitsverandering.

          • Werkende  gepensioneerde.

        • Meer of minder gevoel van welbevinden.

        • Relatie met partner komt meer op de voorgrond:

          • Meer tijd voor elkaar.

          • Rolomkering:

            • Mannen nemen meer huishoudelijke taken op

            • Verandering machtsverhouding:

    • Volgende les: laatste lesbeurt.

      • Afronden leerstof

      • Verdere informatie examen + voorbeeldvragen

      • Bundel jouw eventuele vragen!

    Hoofdstuk 10: De oudere volwassenheid:

    ( Tekst: De oudere volwassenheid lesbeurt 12).

    Afbakening:

    • Fasen?  nuttig gezien stijging levensduur

      • Vroege ouderdom (60 à 65 tot 70 à 75 jaar).

    • Nog geen ongemakken bij normale dagelijkse activiteiten

    • Wel rustiger aanpakken

    • Gevaar voor complicaties bij zware inspanningen of overdreven stress

    • Herstel na weefselbeschadiging of ziekte verloopt trager

      • Middenouderdom (70 à 75 tot 80 à 85 jaar).

    • Lichaamsfuncties worden steeds zwakker

    • Risico complicaties steeds groter

      • Hoge ouderdom (na 80 à 85 jaar) .

    10.2: Cognitieve ontwikkeling:

    • Het toenemen van de leeftijd zorgt ervoor dat er een geleidelijke vertraging optreedt in de werking van de hersenen.

    • Dat is voor een deel al herkenbaar in het gewone gedrag. Vb. In de tijd die oudere (in vergelijking met jongeren) nodig hebben om inzicht te krijgen in de werking of de bediening van een video- of dvd- apparaat.

    • Maar het verschil is ook herhaaldelijk aangetoond in meer gecontroleerde situaties, vb. in reactietijdexperimenten waarbij proefpersonen zo snel mogelijk een knop moeten indrukken bij het verschijnen van een lichtsignaal.

    • Ook als de motorische en visuele effecten van het ouder worden uit de resultaten weg gefilterd worden, is de reactietijd van 60ers zowat de helft langer dan die van 20ers, wie nog ouder is heeft nog wat meer tijd nodig.

    • Bij complexere taken, Vb. De rechter knop moet ingedrukt worden bij een geel en de linker bij een blauw licht, worden de verschillen nog groter.

    • De vraag is wat de invloed daarvan is op het cognitief functioneren? Er kan uiteraard verwacht worden dat sommige processen trager zullen verlopen. Maar brengt het ook een vermindering teweeg in de kwaliteit? En als dit het geval al is, in hoeverre kan het tot problemen leiden in het alledaagse gedrag?

    • Verschillende visies:

    • Deficit model.  Te negatief

    • Rust- roest- model.  Te positie.

    • Competentiemodel:

    1. Contextuele theorie voor intelligentie.

    2. Selectief optimaliseren met compensatie ( SOC).

    10.2.1: Het klassieke intelligentieonderzoek:

    1. Deficit model:

    • ↑ leeftijd = ↓ werking van de hersenen.  Hersenen gaan inkrimpen bij ouder worden.  Myeline verzwakt waardoor de snelheid vertraagd.

    • Maar: ook andere factoren beïnvloeden cognitieve prestaties:

        • Daling visuele en auditieve mogelijkheden.  impact van testinstructie op prestatie.

        • Daling algemene gezondheidstoestand.: Minder fit en gezond  Impact op prestatie.

        • Impact van medicatie op prestatie (bv. slaapmiddelen).  Waardoor ze soms overdag ook suffer zijn.

        • Terminale daling .  Laatste jaren voor dood, minder goed presteren.  Ook al kondigt de dood zich nog niet aan, toch zie je in paar jaar voordat dood komt mensen minder goed presteren. ( De vaststelling dat mensen de laatste jaren voor hun dood cognitief minder goed presteren, zelfs wanneer op het moment zelf nog niets laat vermoeden dat ze niet lang meer te leven hebben.)

     Te ongenuanceerd + grote individuele verschillen.

    deficit-model houdt geen rekening met de andere factoren!! grote interindividuele verschillen (bij sommige gaat het sneller dan bij andere) beschermende factoren :

    • als mensen zich blijvend intellectueel uitdagen (boeken blijven lezen , muziek beluisteren,…)

    • blijven sociale contacten hebben / sociaal engagement aangaan

    • emotionele stabiliteit  weinig stress

    • niet roken

    2. Functietraining & Rust- roest- model:

    Kan oefening cognitieve achteruitgang tegengaan? Als je maar genoeg traint dan kan je cognitieve achteruitgang tegen gaan.

     Longitudinaal onderzoek (Willis):  Bejaarden jaren aan stuk gevolgd waarbij ze steeds brain trainingen kregen waarna ze bij cognitieve metingen nagaan hoe cognitief vermogen evolueert)

      • Intensieve training van vloeiende intelligentie:

        • Redeneervaardigheid, geheugen, ruimtelijke oriëntatie.

        • Bij 65-plussers (zonder dementie en sensomotorische defecten).

      • Resultaten:

        • Bij 2/3 significante vooruitgang.

        • Bij 40% terug niveau van 14 jaar eerder.

    Rust-roest-model: mits oefening en stimulatie kunnen bejaarden cognitieve mogelijkheden lange tijd bewaren.

    = use it or lose it

    MAAR!:

    • Na verloop van tijd teruggang niet meer te stoppen.

    • Zeker na 80 jaar.

    10.2.3: Competent ouder worden:

    3. Competentiemodel:

    • Reactie op te negatieve kijk van deficitmodel en te positieve kijk van rust-roest-model.

    • Context/gedrag van ouderdom als norm (i.t.t. midden-volwassenen als norm).

     Deficitmodel  In vergelijking met middenvolwassenheid gaan ouderen veel minder goed presteren.

     Rust- roetsmodel  Als je de ouderen goed genoeg traint kunnen ze cognitief doel van middenvolwassenheid bereiken.

    • Focus op gedrag op zich:

      • Hoe gaan ouderen om met de problemen waarmee ze effectief te maken krijgen?

    • 2 Visies:

      • A. Sternberg.

      • B. Baltes.

        1. Contextuele theorie voor intelligentie (Sternberg):

    • Wat intelligent is in de ene situatie, kan zinloos zijn in de andere situatie

    Vb. Kernfysicus kan moeilijkste fysische berekeningen maken maar kan met een lekke band helemaal niets.

    • Drie intelligentiestijlen:

      • Analytische: bestaande situaties doorgronden. ( goed kijken naar hoe probleem zich aanbied)

      • Creatief-synthetische: ontdekken van nieuwe samenhangen en problemen.

      • Praktische: oordelen met gezond verstand.

     Compenseren  Soms goed in ene stijl al beter dan andere

     Ouderen zetten hun intelligentie pragmatisch inzetten waardoor ze nog flexibel met intelligentiestijlen afhankelijk van de context waarin ze zich bevinden.

    • Inzicht in eigen mogelijkheden en contextvereisten belangrijk.

    B. SELECTIEF OPTIMALISEREN MET COMPENSATIE (SOC) (Baltes):

        • Doelstellingen inperken en nastreven wat men echt belangrijk vindt.

        • Mogelijkheden zo verstandig mogelijk inzetten.

        • Gaan voor wat je belangrijk vindt (selectief) hier primair op gaan inzetten (optimaliseren

        • Compenseren: tekorten op een domein opvangen door sterktes op ander domein.

    ! Ouderen zijn daar vaak goed in:

          • Voorbeelden

    Dagboek bijhouden.

    Afspraken & to do’s opschrijven.

    Langzamer praten om niet te laten merken dat ze moeten nadenken over hun woorden.

    • Aansluitend bij competentiemodel  evolutie invulling hulpverlening:

      • Verzorgingsmodel (cf. deficitopvatting).

     Fysieke ondersteuning

     Oude kijk van hoe mensen moeten omgaan met oudere mensen.

      • Trainingsmodel (cf. rust-roest-opvatting).

     Blijven trainen is nodig.

      • Autonomiemodel (cf. competentiemodel).

     Zo lang mogelijk zelfstandig eigen keuzes maken ( cliënt ipv patiënten)

     Bieden veel aan in ouderebegeleiding waaruit ze zelf nog mogen kiezen en vele mogelijkheden om mensen zo lang mogelijk autonomie te laten ( thuis wonen, service-flat, rusthuis,..)

    10.3: Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling:

    10.3.2: Dynamisch- affectieve ontwikkeling:

    • 2 aspecten:

      • Kernconflict van de oudere volwassenheid:

        • Psychosociale theorie van Erikson.

     Levenseinde.

      • Positieve pool: ego-integriteit:

    = Hele persoon tot eenheid verwerken; integratie van vreugdevolle en droevige gebeurtenissen tot een gevoel van een zinvol bestaan.

     Terugkijken op je leven en er tevreden over zijn.

      • Negatieve pool: wanhoop:

    = Geen vrede nemen met geleefde leven, wrok en jaloezie.

     Dingen gebeuren waarbij ze nog niet in het reine zijn, nog losse eindjes hebben.

    My Way:

      • Levenseinde:

    • Confrontatie met het eigen levenseinde door:

        • Lichamelijke veroudering: groeiend besef van eigen kwetsbaarheid en van het onomkeerbaar proces.

        • Opschuiven in de generaties en rollen.

        • Te maken krijgen met overleiden uit vriendengroep/ omgeving.

      • Kübler-Ross: 5 reacties bij confrontatie dood: ( interviews bij ouders met terminale kinderen en ouderen die dood gingen)

     Niet iedereen doorloopt elke fase en er zijn terugvallen mogelijk.

        • Ontkenning:

          • Afwijzing of minimalisatie van idee dat je zal sterven.

          • Omgaan met de emotionele overrompeling.

          • Niet onder ogen zien wat er aan het gebeuren is.

        • Woede:

          • Meer actieve vorm van verzet.

          • Gericht op het lot waarop hij geen vat heeft.

          • Gericht op iedereen uit het leven ( dokter die nieuws brengt, god, familie)

        • Marchanderen:

          • Onderhandelen, beloftes maken.

     Vb. Laat me nog leven tot na trouw van mijn kind.

     Vb. Neem mij ipv mijn kind.

          • Schuldgevoelens.

     Vb? ik heb mijn gezondheid niet verzorgd en nu zit ik hier.

    • Rekt het leven nog een beetje omdat er een doel is wat het leven terug een beetje zingeving geeft.

        • Depressiviteit:

          • Opgeven van het verzet.

          • Droefheid of apathie.

        • Aanvaarding:

          • Volledig bewust van het levenseinde.

  • Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]