Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

16.2.5: Conformiteit: Peer pressure in de adolescentie:

  • Peer pressure / conformiteit:

  • de druk die leeftijdgenoten uitoefenen om zich te conformeren aan hun gedrag en attitudes.

 geldt zeker niet altijd!

  • Terreinhypothese:

    • Ouders en leeftijdgenoten hebben invloed op een apart domein:

      • Vrienden: Vrije tijd, kledij, sociale problemen.

      • Ouders: School, deelname aan de maatschappij, politiek.

  • Evolutie:

    • Schooltijd:

      • Conformeren aan ouders.  Grote helden van de kinderen, zijn heilig.

    • Vroege en midden adolescentie:

      • Conformeren aan leeftijdgenoten, andere volwassenen en ouders.  Ouders worden in twijfel getrokken.

    • Einde adolescentie:

      • Minder conformeren.

      • Meer onafhankelijke, eigen mening.

Lesbeurt 5: Specialisatie: Normale versus pathologische ontwikkeling:

  1. Inleiding:

  • Wat is een normale ontwikkeling

  • Ontwikkelingspsychologie : de wetenschappelijke studie van groei, verandering en stabiliteit doorheen de verschillende levensfasen.  Beschrijven op afwijkende gedragingen die afwijken van de normale ontwikkeling.

  • Ontwikkelingspsychopathologie (OPP) : het verklaren en het voorspellen van afwijkende gedragingen doorheen de tijd.

  • Heeft een kind een grote behoefte aan slaap of heeft hij/zij een slaapprobleem?

  • Een kind dat druk gedrag vertoont in de klas is een druk kind of een kind met ADHD?

  • Vechten op de speelplaats? Normaal gedrag van een kind of een agressieprobleem?

 Cartoon: We zijn deze dag heel hard bezig met wat normaal & abnormaal gedrag is.  Waardoor we een stempel willen waarom het gedrag afwijkend is voor haar kinderen.  Hierdoor gaat ze er op kunnen reageren.

 Waarom stempel zetten voor mensen die normaal gedrag hebben toch als abnormaal te bestempelen:  Wanneer we mensen gaan bestempelen met vb. ADHD  Zich als excuus drukker gaan gedragen.

  • Psycholoog  kennis over normatieve ontwikkelingsprocessen en afwijkingen is nodig!

  • Aandacht voor het grensgebied : niet-klinisch voorlopers van psychopathologie.

Niet- klinische voorlopers.

 Niet- klinische voorlopers  Dat er in de toekomst mogelijk problemen kunnen ontwikkelen.

  • Factoren in het kind :

    • temperament, intelligentie.

  • Factoren in het gezin :

    • opvoeding, relatiepatroon, relatie tussen ouders,

  • Factoren in de sociale context :

    • sociaal netwerk, school, sociaal –economische status.

! Een combinatie (cumulatie) van risicofactoren = meer kans op een stoornis.

Relatie ouders:  Dat ze moeten kiezen tussen beide ouders ( tussen mama of papa).  Wanneer ouders zelf relatie problemen hebben waardoor ze minder tijd & energie hebben voor de opvoeding, waardoor ze de problemen niet opmerken van hun kinderen.

Sociaal netwerk: Protectieve factor.

  • Oefening: Casus:

Kobe is een goedlachse uitbundige 17-jarige jongen. Hij volgt een technische opleiding, speelt volleybal in competitieverband en is lid van de scouts. Daar is hij een leiderstype. Hij slaagt erin om de anderen door zijn enthousiasme te stimuleren, maar hij kan ook een negatieve invloed uitoefenen op de groep. Zo werd hij op patrouillekamp betrapt op alcoholgebruik door de leiding, waardoor het kamp onmiddellijk werd afgeblazen. De vader van Kobe is nogal laks. Hij gelooft er in dat kinderen in de opvoeding veel vrijheid moeten genieten, zodat ze leren zelf hun weg te zoeken. Als deze zoektocht eens wat stroever verloopt of als ze eens “tegen de lamp lopen”, dan is dit volgens hem een nuttige levensles. Hij stuurt dus zijn zoon niet, maar is ook niet altijd beschikbaar voor hem als Kobe raad of advies nodig heeft. Kobe moet het maar op zijn eentje weten redden, want in de wereld van de volwassenen is dit ook het geval. De moeder van Kobe is een warm en bezorgd persoon. Ze wil dat haar kinderen sociale en actieve mensen worden, maar omdat haar man niet altijd consequent optreedt ten opzichte van hun zoon, slaagt zij hier ook niet altijd in. Daarom geeft ze nogal gemakkelijk toe aan de wensen van Kobe, ook al is ze bezorgd dat hij soms de foute dingen zou doen.

  • Opdracht per twee

  • Lees de casus.

  • Ga op zoek naar voorbeelden van factoren binnen in de persoon, in het gezin en in de sociale context.

  • Hoe kunnen deze factoren een risico of een bescherming vormen bij de ontwikkeling

van eventuele problemen?

Tijdsduur : 5 minuten.

  • Antwoord:

Factoren:

- Binnen de persoon:

 Protectieve factoren: ( positieve)  Leiderstype ( motiveren)

 Negatieve factoren:  Leiderstype kan mensen negatief beïnvloeden. ( alcoholmisbruik)

- Binnen het gezin:

 Protectieve factoren:

 Negatieve factoren: Niet consequente opvoeding.

- Binnen de sociale omgeving:

 Protectieve factoren: Sociaal persoon ( scouts, volleybal, school) Breed sociaal netwerk.( kan hier bij terecht, wanneer hij niet bij zijn vader terecht kan).

 Negatieve factoren:

  • Hoe de grens bepalen tussen normaal en pathologisch?

  • Categoriaal : afwijkend gedrag wordt ingedeeld in categorieën.

    • Vb. DSM-V, ICD-10

  • Dimensioneel : continuümvisie, normaal en afwijkend gedrag zijn de extremen van het continuüm.

  • DSM-V- systeem:

  • = problematieken van individuen te beschrijven en te classificeren in stoorniscategorieën.

  • Stoornissen worden omschreven in termen van:

  • Criteria of kernsymptomen

  • Duur

  • Frequentie

  • Dimensionele benadering :

  • Continuümvisie:

  • Screeningsvragenlijst : ernst van de score = ernst van de psychopathologie.

  • Vb. Childhood Depression Inventory (CDI)

Normaal Afwijkend.

  • Universele criteria?:

  • Universeel toepasbaar? En Cultuursensitief?

vb. Arctische hysterie

  • Westerse stoornis- categorieën.

Vb. Anorexia nervosa

  • Wat ‘normaal’ is, is afhankelijk van:

    • Vergelijkingspunt  representatieve normen!

    • Leeftijd.

    • Ontwikkelingsniveau.

    • Culturele context.

    • Subjectieve beleving ‘probleem’:

      • Belemmering van dagelijks functioneren?

      • Impact op ontwikkeling persoon?

      • Aanpassing aan omgeving?

      • Welbevinden of psychische gezondheid (lijden)?

  • Aanpassing aan omgeving:

  • Ontwikkeling is problematisch als kind voortdurend botst met omgeving, uit de pas loopt, in disharmonie leeft.

  • bv. Geen rekening houden met anderen, met geldende waarden en normen.

  • Welbevinden of psychische gezondheid:

  • Ontwikkeling is problematisch als kind zich niet goed voelt in vel, gebukt gaat onder problemen, zichzelf niet kan ontplooien.

  • bv. Onzekerheid, onvermogen om met emoties om te gaan.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]