Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

16.2.2: Ouder-kind conflicten in de adolescentie:

  • Conflicten rond…:

    • Kwesties van persoonlijke smaak.

    • Opeisen van autonomie en onafhankelijkheid door adolescent.

    • Vb. Het uur dat je thuis moet zijn als je uit gaat, Kleding,..

  • Vooral in vroege adolescentie:

    • Verschillen in definities van/gedachten over wat wel of niet gepast is.

    • Verschil in denken over de ‘ouderlijke’ regels.

    • Grotere neiging om in discussie te gaan.

  • Geleidelijke aanvaarding door de ouders:

 Toegeeflijker, meer ruimte en autonomie voor adolescent.

16.2.3: Relaties met leeftijdgenoten: Het belang van ‘erbij horen’:

  • Vanaf basisschool: contacten met leeftijdgenoten komen steeds meer voor en worden belangrijker (cf. drang naar communicatie).  Leeftijdsgenoten worden belangrijker & belangrijker.

    • Waarom? :

      • Je maakt verschillende veranderingen door & vergelijken zich met leeftijdsgenoten. Is het gene wat ik door maak normaal?!

      • Sociale vergelijking: meningen, capaciteiten en fysieke veranderingen kunnen vergeleken en geëvalueerd worden.

      • Ouders bieden onvoldoende mogelijkheid tot sociale vergelijking.  Hebben dit al mee gemaakt.

      • Leeftijdgenoten vormen een referentiegroep.

Referentiegroep: Is een groep mensen met wie men zichzelf vergelijkt. Referentiegroepen vertegenwoordigen een aantal normen, standaards, waartegen adolescenten hun sociale succes kunnen afzetten.  Een adolescent hoeft niet per se zelf tot een groep te behoren die hij als referentiegroep gebruikt. Impopulaire adolescenten worden soms vb. gekleineerd en afgewezen door leden van een populaire groep, maar gebruiken die groep als referentiegroep.  Verschillende rollen opnemen om te merken wat gepast is of niet gepast is. Vb. Ik ga beginnen roken, maar al mijn vrienden zeggen dat roken slecht is en ongezond is, en dat ik er mee moet stoppen  Dus ga ik stoppen met experimenteren als roker.

 geven informatie over de mate waarin rollen en gedrag waarmee geëxperimenteerd wordt sociaal aanvaardbaar zijn.

  • Vriendenclubs en subculturen: Bij een groep horen:

Vriendenclubs: Groep van 2 tot 12 mensen van wie de leden frequent sociaal contact met elkaar hebben.

subculturen: Grotere groep dan vriendenclub, samengesteld uit individuen die bepaalde eigenschappen gemeen hebben maar die niet per se contact met elkaar hebben.

  • Cognitieve ontwikkeling: vermogen om anderen in hokjes te plaatsen.

 Groepen die benoemd worden met abstracte termen.  Kenmerken toeschrijven, het zijn abstracte kenmerken  Bepaalde groepen, vb. De Johnny’s & Marina’s.  Bepaalde muziek smaken,.. Vb. Emo’s, gothic, Nerds,..

  • Groepen waartoe adolescenten kunnen behoren: ( op basis van overeenkomsten)

    1. Cliques = vriendengroepen:

  • 2 tot 12 mensen.

  • Jongens en meisjes.

  • Frequent sociaal contact.

  • Steun zoeken.

  • Kennen elkaar & hebben sociaal contact  Vriendengroepen.  Mensen die gelijkaardig zijn aan jou, qua muziek, kledij, interesses.

  1. Crowds = subculturen, jongerenculturen:

  • Groter.

  • Individuen met gemeenschappelijke eigenschappen (bv. muziek, sport, interesses).

  • Groep met eigen stijl, idealen en strevingen.

  • Niet per sé persoonlijk contact.  Vb. Punkers , je kent niet alle punkers in de stad, maar je behoord wel tot deze crowds.

 Tegencultuur = Als jongere ‘beter’ doen dan de gevestigde waarde.

 Lidmaatschap wordt bepaald door de mate van overeenkomst.

  • Genderrelaties:

    • Seksesegregatie/seksekloof verdwijnt.  Meisjes/ jongens worden meer en meer geïnteresseerd in elkaar  Gebeurt geleidelijk aan.  Weinig contact.

    • Meer interesse in andere sekse op vlak van persoonlijkheid en seksualiteit.

    • Geleidelijk proces:

      • Contact tussen vriendengroepen van jongens en meisjes.

      • Nieuwe vriendengroepen met jongens én meisjes.

      • Meer individuele contacten.  Romantische contacten.

Seksekloof: Seksesegregatie waarbij jongens primair omgaan met jongens en meisjes primair omgaan met meisjes.  Deze situatie verandert echter als leden van beide seksen de puberteit betreden.  Jongens en meisjes krijgen te maken met de veranderende hormoonhuishouding die kenmerkend is voor de puberteit en die leidt tot rijping van de geslachtsorganen. Tegelijkertijd wordt de maatschappelijke druk groter om liefdesrelaties met het andere geslacht aan te gaan. Als gevolg van deze ontwikkelingen gaan adolescenten anders tegen de andere sekse aankijken. Ze vinden leden van de andere sekse niet bij voorbaat meer ‘irritant’ maar beginnen meer interesse in elkaar te tonen, zowel op het gebied van persoonlijkheid als op het gebied van seksualiteit.  Als deze verandering zich voltrekt beginnen de vriendenclubs van jongens en meisjes, die voor die tijd parallel aan elkaar bestonden maar geen contact hadden, samen te komen.  Doordat ze meer en meer tijd met elkaar doorbrengen ontstaan er nieuwe vriendenclubs die samengesteld zijn uit zowel jongens als meisjes.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]