Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

16.1.4: Marcia’s theorie van identiteitsontwikkeling:

  • Uitgangspunt = theorie van Erikson.

  • Identiteitsontwikkeling is afhankelijk van:

    • Crisis: actief zoeken, kiezen tussen verschillende alternatieven. ( experimenteren)

    • Binding: psychologische investering in de gemaakte keuze.

 4 identiteit statussen mogelijk in de ontwikkeling.

  1. Identity achievement: ( Adolescenten die zich aan specifieke identiteit verbinden na een crisisperiode waarin ze verschillende alternatieven overwegen).

    • + crisis, + binding.

    • Psychisch meest gezond, meer gemotiveerd om iets te bereiken, groter ethisch besef.

    • Na crisis en experimenteren een beslissing hebben genomen over bepaalde keuzes ( studie keuzes, liefjes).

  2. Identity foreclosure: ( Adolescenten die zich voortijdig verbinden aan een identiteit zonder dat ze alternatieven voldoende hebben onderzocht.)

    • - crisis, + binding.

    • Gelukkig en tevreden met zichzelf, maar veel behoefte aan goedkeuring, vaak autoritair.

    • Geen crisis gehad , volgen de ouders,.. Vb. Gaan dokter worden omdat mama dokter is,..

  3. Moratorium: ( Adolescenten die tot op zekere hoogte verschillende identiteiten hebben onderzocht maar zich nog niet aan een identiteit hebben verbonden.

    • + crisis, - binding.

    • Relatief nerveus, psychische conflicten, levendig, zoeken intimiteit met anderen.

    • Volop crisis, maar geen keuze gemaakt hebben.

  4. Identity diffusion: ( Adolescenten die verschillende identiteiten overwegen maar zich nooit aan een identiteit verbinden of nooit bewust nadenken over de opties die ze hebben.

    • - crisis, - binding.

    • Losbandig, springen van de hak op de tak.

    • Moeilijk om hechte relaties aan te gaan, sociaal teruggetrokken.

    • Men volgt de rest, zijn niet op zoek naar verschillende mogelijkheden of rollen.  Als je hier blijft in hangen, doe je het slechts.

  • 2 bedenkingen:

  • Wisselen van status is mogelijk.

  • Meestal stabiele identiteit rond 20 jaar.

Vraagje: welke identiteitsstatus is hier van toepassing?:

  1. Sofie’s moeder zei steeds dat vrouwen niet naar de universiteit moeten en vooral voor hun gezin moeten zorgen, dus dit is wat Sofie deed.

Identity for closer.

  1. Een adolescent heeft geen doelen, neemt het leven zoals het komt en heeft een laag zelfwaardegevoel en een negatief zelfbeeld.

Identity diffusion.

16.2: Relaties: Familie en vrienden:

16.2.1: Familiebanden: Veranderende relaties binnen het gezin:

  • Sociale ontwikkeling vanaf de puberteit: 2 bewegingen:

    • Losmaken van de ouders.

    • Aansluiting bij leeftijdgenoten.

  • Autonomie: Onafhankelijkheid en controle over het eigen leven.

  • Toename van autonomie  gevolgen:

    • Ouders worden minder geïdealiseerd en meer beschouwd als individuen.

    • Adolescent wordt zelfstandiger en beschouwt zichzelf meer als een afzonderlijk individu.

    • Wijziging in de ouder-kindrelatie:

      • Asymmetrie  gelijkwaardigheid.

  • Generatiekloof : ( enorm verschil tussen waarden/ normen & attitudes zijn deze helemaal anders dan bij je ouders?  Hebben heel veel overeenkomsten.)

    • Ouders en adolescenten hebben over veel maatschappelijke en religieuze zaken dezelfde mening:

      • Grotere overeenkomst tussen jongeren en ouders dan tussen jongeren en anderen.

      • Jongeren vaak wat progressiever.

    • Ouders en adolescenten hechten dezelfde waarde aan hun onderlinge relatie:

      • Veel liefde en respect van de adolescent voor zijn ouders.

      • De meeste ouder-adolescent relaties zijn overwegend positief  wapent tegen druk leeftijdsgenoten.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]