Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

16.1.1: Zelfbeeld/ Eigenwaarde: Beschrijving van het ik:

  • Adolescent:

    • Bredere visie op zichzelf: zelfbeschrijving op basis van perceptie door zelf én perceptie door anderen:

      • Zelfbeeld: Wie ben ik?

      • Alterbeeld: Hoe zijn de anderen?

      • Meta zelf: Hoe zien anderen mij?

      • Ideaal zelf: Wie zou ik willen zijn en worden?

    • Vergelijking tussen de verschillende aspecten van het ik:

      • Begin adolescentie: mogelijk verwarring door twee tegengestelde delen van het zelf (bv. zelfbeeld – ideaal zelf).

      • Einde adolescentie: aanvaarding dat in verschillende situaties gedragingen en gevoelens kunnen verschillen.

  • Genderverschillen in eigenwaarde:

    • Eigenwaarde meisjes( lagere eigenwaarde) < eigenwaarde jongens (vooral in vroege adolescentie):

      • Meisjes:

        • Meer zorgen over uiterlijk, sociaal succes en schoolprestaties.

        • Balans belang van sociaal succes/goede schoolprestaties fragiel bij meisjes.

      • Jongens:

  • voelen zich incompetent als ze niet aan het stereotype voldoen.

  • Andere factoren die eigenwaarde beïnvloeden:

  • Sociaal-economische status:

  • Hogere SES: meer eigenwaarde. ( meer geld hebben zorgt dat je de nieuwste GSM kan kopen dat zorgt dat je een goede eigenwaarde hebt)

  • cf. Statusgerelateerde symbolen (in latere adolescentie).

 Slides 25/26 zie bijlage (tabel).

    • Maatschappelijke vooroordelen t.o.v. bepaalde groepen:

  • Bv. Obesitas.

        • Ook impact van impliciete maatschappelijke attitudes/stigmatisatie (IAT-testje).

          • Bij volwassenen.

          • Ook reeds bij kinderen!

Cf. onderzoek Latner en Stunkard (2003).

16.1.2: Eigenwaarde: Beoordeling van het ik: ( 16.1.1)

16.1.3: Identiteitsvorming in de adolescentie: Verandering of crisis?:

 Slide 28.

  • Erikson: Kernconflict adolescentie:

 Is identiteit versus identiteitsverwarring.

    • Rollen uitproberen.

    • Kenmerkend aan adolescentie = zoeken naar ego-identiteit:

      • Wat maakt mij uniek?

      • Wat zijn mijn sterke en zwakke kanten?

      • Wat wil ik in de toekomst?

      • Rolverwarring: zekerheden uit de vorige fasen vallen weg.

  • Experimenteren met verschillende rollen en keuzes.

  • Psychosociaal moratorium = een periode waarin adolescenten zich tijdelijk onttrekken aan de verantwoordelijkheden van de volwassenheid en verschillende rollen en mogelijkheden uitproberen.

  • Positieve pool: Bewustzijn van eigen uniekheid en eigen capaciteiten:

    • Actief zoeken en experimenteren  vorming van een stabiele en geïntegreerde identiteit.

  • Negatieve pool: Onvermogen om de juiste rollen in het leven te identificeren

    • Geen stabiele identiteit:

      • Identiteitsverwarring.

      • Sociaal onaangepastheid en delinquentie.

  • Stadium van identiteit- versus – identiteitsverwarring:

 De periode waarin tieners erachter proberen te komen wat hen uniek maakt en hen van anderen onderscheidt.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]