Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

15.3.8: Gender & prestaties in het hoger onderwijs:

  • Evenveel mannen als vrouwen in het hoger onderwijs.

  • Het onderwijsniveau van vrouwen stijgt.

  • Genderverschillen in het hoger onderwijs: belangrijke verschillen tussen vrouwen & mannen.

    • Studierichting. ( typische mannelijke en vrouwelijke richting… Mannelijke richtingen vb. Informatica , ingenieur. Vrouwelijke richtingen Vb. TP, verpleegster, leerkracht, Zorgende richtingen, sociaal,..)

    • Duur van de opleiding. ( vrouwen doorlopen sneller de richting dan mannen, mannen studeren langer dan vrouwen,..)

    • Zelfinschatting m.b.t. academisch succes. ( mannen hebben een hogere zelfinschatting – hogere competentie gevoel)

    • Behandeling van mannelijke en vrouwelijke studenten door docenten. ( Zowel door mannelijke docenten, Mannen krijgen positiever commentaren op hun examens.)

    • Maatschappelijke vooroordelen over prestaties van vrouwen leiden tot slechtere prestaties bij vrouwelijke studenten . ( vooroordelen)  Werken als een selffulfilling propecy.

Bv. Wiskundetoets mét en zonder genderverschillen.

  • Verschillen tussen werkende en studerende jongeren?

  • Werkende jongeren:

    • Minder theoretisch gevormd.

    • Snellere identificatie met ‘volwassenen’.

    • Geen school als bindend element.

 Dreigende stagnatie van ‘emancipatie’.

    • Soms specifiek consumentengedrag. ( werkende zijn vaker beïnvloedbaarder dan studerenden jongeren.)

  • Studerende jongeren:

    • Meer theoretisch gevormd kritische kijk.

    • Langer interimstatus.

  • Economisch afhankelijkheid en gebonden aan huisregels= onvrij gevoel.

    • School als bindend element. ( Vormen een groep)

 Emancipatieproces vaak langer en dieper ingrijpend. ( proces tegen gevestigde waarden en normen.)

  • Schoolprestaties en het gevaar van stereotypering:

15.4: Het kiezen van een beroep: Het werk van je leven:

  • Sommige mensen weten al van kleins af aan dat ze arts of acteur willen worden of in het bedrijfsleven willen, en gaan recht op hun doel af.

  • Voor andere berust de keuze voor een carrière veel meer op toeval en is het een kwestie van de vacatures in de krant te bekijken en te ontdekken wat er beschikbaar is.

  • Hoe mensen een carrière kiezen , het zal waarschijnlijk niet de enige carrière zijn die zij in de loop van hun leven zullen hebben. Omdat de aard van veel werkzaamheden als gevolg van de technologische vooruitgang in een snel tempo verandert, is het tegenwoordig normaal om minstens 1 keer en soms verschillende keren een carrièreswitch te maken.

15.4.1: De 3 perioden van Ginzberg:

  • ‘Beroep’:

    • Voorkeur voor veronderstelde kenmerken van het beroep → keuze.

    • Keuze: resultaat van een proces. ( denkproces van jaren)

  • Ginzberg: longitudinaal onderzoek op basis van interviews.

→ 3 perioden in het beroepskeuzeproces.  Kwalitatief anders van elkaar.

  • Fantasieperiode (tot 11 jaar):

    • G een rekening houden met vaardigheden, capaciteiten en beschikbaarheid van banen

    • Identificaties met volwassenen

    • Omdat het een leuke job lijkt, mama of papa doen deze job.

    • Vb. Prinses worden omdat ze net een prinsessen film hebben gezien.

  • Tentatieve periode (adolescentie):

    • O p pragmatische manier nadenken over de eisen van een beroep en over hun eigen capaciteiten en interesses.

    • Vb. Informatica, moet je goed zijn met computers, & goed zijn in wiskunde.

    • Gaan nog geen beslissing nemen, maar rekening houden hiermee.

  • Realistische periode (vroege volwassenheid):

    • Definitieve keuze na verdieping, opleiding of ervaring.

  • Kritiek op Ginzberg:

    • Oversimplificatie van de manier waarop mensen hun beroep kiezen ( heel simpel voorgesteld.)

    • Beroepskeuze = ontwikkelingstaak van de jongere en jongvolwassene maar de keuze is niet definitief!

    • Fantasieperiode:

  • Periode in het leven waarin carrièrekeuzes worden gemaakt en verworpen zonder rekening te houding met vaardigheden, capaciteiten en de beschikbaarheid van banen.

    • Tentatieve periode:

  • Periode waarin adolescenten op een pragmatische manier beginnen na te denken over de eisen die komen kijken bij verschillende banen en over de vraag of hun eigen capaciteiten daarop aansluiten.

    • Realistische periode:

  • Stadium waarin mensen zich verdiepen in specifieke carrièreopties door ervaringen met bepaalde banen op te doen of door een bepaalde opleiding te volgen. Ze concentreren zich uiteindelijk op 1 specifieke carrière.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]