Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать
  • Veiligheid op school en kwaliteit van het onderwijs:

  • Steeds vaker wordt er melding gemaakt van geweld en agressie tegen leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel ( directeurs,…). Wekelijks verschijnen er nieuwe berichten in de krant over incidenten. Volgens deze berichten gedragen leerlingen zich niet alleen steeds agressief naar docenten en elkaar , maar de agressie wordt ook steeds zwaarder.

  • Kan het met scholen waar schietpartijen en dergelijke voorvallen weer goed komen, zodat ze niet alleen veilige omgeving bieden, maar ook een omgeving waarin iedere leerling een uitstekende opleiding krijgt?  Naar aanleiding van alle aandacht voor agressie en geweld in het onderwijs zijn er verschillende initiatieven ontwikkeld.  De veilige school, onderwijstelefoon,..

  • Ook zijn voor scholen verschillende instrumenten ontwikkeld om hun eigen veiligheidsbeleid te toetsen en maatregelen te nemen om iets aan schoolklimaat te doen, vb. het opstellen van pestprotocollen.

  • Naast veiligheid is onderwijs van hoge kwaliteit ook van onschatbare waarde als investering in mensen en daarmee in de samenleving.  Daarmee is er behoefte aan goed werkend onderwijsstelsel. Het vertrouwen in het functioneren van dat stelsel groeit als iedereen helder zicht heeft op de kwaliteit van het onderwijs.

  • De vraag van ouders, leerlingen & studenten naar informatie over die kwaliteit en inzicht in de keuzes en resultaten van individuele scholen is sterk toegenomen.

  • De groeiende behoefte aan inzicht in kwaliteit valt samen met een trend die in het onderwijs zichtbaar is: minder overheidsregels, meer ruimte voor eigen beleid en verantwoordelijkheid van scholen. Deze 2 ontwikkelingen hebben geleid tot een nieuwe wet.  De wet op het onderwijstoezicht ( WOT)  Deze wet maakt het de inspectie van het onderwijs mogelijk in professionele onafhankelijkheid te opereren en geeft vorm aan stimulerend toezicht door de inspectie. Daarbij sluit de inspectie aan op de eigen kwaliteitszorg van de onderwijsinstellingen.  Door middel van een periodieke inspectie worden gegevens van een school verzameld op een zogenaamd toezichtskaart en openbaar gesteld voor iedereen.

15.3.3: Etnische verschillen in schoolprestaties: (niet kennen)

  • Er bestaan grote prestatieverschillen tussen etnische groepen.  Allochtonen leerlingen presteren in alle onderzoek voor alle onderzochte vaardigheden gemiddeld lager dan autochtonen leerlingen.

  • Uit onderzoek van Stalpers et al. Blijkt dat allochtonen leerlingen minder kunnen profiteren van bepaalde culturele praktijken thuis vb. Het praten over boeken, voorbeeldgedrag van lezende ouders, of aanwezigheid van boeken thuis..

  • In weerwil van deze relatief ongunstige situatie hebben de allochtonen leerlingen positiever attitudes tegenover lezen en literatuuronderwijs dan autochtonen leerlingen.  De allochtonen leerlingen staan ook positiever tegenover het gebruik van multiculturele teksten in het literatuuronderwijs.  Op het 1ste zicht zijn de positieve uitkomsten van de allochtonen leerlingen wat betreft leesgedrag en attitudes enigszins onverwacht, gezien het verschil in literaire socialisatie in het gezin in vergelijking met autochtonen leerlingen.

  • Een mogelijke verklaring voor deze discrepantie is de suggestie dat allochtonen leerlingen sterker gemotiveerd zijn om te lezen, omdat dit de taalvaardigheid verbeterd en dus betere kansen biedt in het onderwijs.  Behoud van herkomstcultuur en thuistaal zijn belangrijke drijfveren voor het lezen van teksten van en over herkomstlanden.  Hoewel etnische achtergrond slechts een klein deel van het leesgedrag is en een wat groter deel van de leesattitude verklaarde, moet het belang van deze factor niet onderschat worden.  Het verschil tussen leesattitude van allochtonen en autochtonen leerlingen was opvallend en daarnaast blijken de leesvoorkeuren en de leessituatie thuis van allochtonen en autochtonen leerlingen nogal uiteen te lopen.

  • Sociaaleconomische factoren:

  • Waar komen deze etnische verschillen in schoolprestaties vandaan?:

  • Veel ervan zijn terug te voeren op sociaaleconomische factoren.  veel niet-Westerse allochtonen gezinnen leven in armoede.  Hun sociaaleconomische achterstand komt wellicht tot uiting in hun schoolprestaties.

  • Als we verschillende etnische groepen op hetzelfde sociaaleconomisch niveau vergelijken, worden prestatieverschillen inderdaad kleiner.

  • De antropoloog J. Ogbu stelt vb. dat leden van bepaalde minderheidsgroepen goede schoolprestaties relatief onbelangrijk vinden. Zij denken vaak dat vooroordelen op de arbeidsmarkt hun succes toch in de weg zullen staan, hoe hard ze ook hun best doen.

  • De conclusie is dat hard werken op school uiteindelijk weinig oplevert.

  • Bovendien hebben leden van minderheidsgroepen die vrijwillig in een nieuwe cultuur integreren volgens Ogbu meer kans op goede schoolprestaties dan kinderen die tegen hun wil in een nieuwe cultuur terechtkomen.

15.3.4: Media- en technologiegebruik door adolescenten: ( niet kennen)

15.3.5: Scholieren & parttime werk: ( niet kennen)

15.3.6: Het afbreken van de schoolcarrière: (niet kennen)

15.3.7: Naar het hoger onderwijs:

We geven alvast drie antwoorden weg: ( pappenheimers) ( woorden weggeven om antwoorden te beantwoorden straks)

  • Convensioneel persoonlijkheidstype

  • Zelf inschatting.

  • Tentatieve periode.

  • Einde leerplicht = 18 jaar.

  • 18-21 jarigen:

    • 2 subgroepen: werkende en studerende jongeren.( blijven langer in de interim status hangen – geen kind meer, maar ook niet volledig volwassen dan leeftijdsgenoten die al werken).

    • Steeds meer jongeren die verder studeren.

  • Werken of studeren?:

    • Positieve en/of negatieve keuze: ( pos. Omdat je studeren aantrekkelijk vind en dat je die leuk vind. Neg. Je gaat studeren omdat je nog niet wilt gaan werken.)

      • Economisch ( ouders te weinig geld hebben om je studies te betalen.)

      • Intellectueel ( Geïnteresseerd zijn in iets, maar dat je de capaciteiten niet hebt.)

      • Onderwijskundig ( Welke studierichtingen je in je omgeving hebt)

      • Omgevingsbepaald( In sommige omgevingen is het normaal dat je gaat verder studeren,.. Bij anderen gaat iedereen werken.)

  • Wie gaat er studeren?:

  • Er zijn veel allochtonen studenten die eerste binnen hun familie zijn die naar het hoger onderwijs gaan.  Aantal inschrijven is verdubbelt.

  • De instroom van niet-Westerse allochtonen studenten is ook verdubbeld.

  • In het wetenschappelijk onderwijs is eveneens sprake van groei, als is de absolute stijging hier minder groot.

  • Uit Vlaams onderzoek naar allochtonen in het hoger onderwijs blijkt dan in 2004 allochtonen van de totale cohorte 1ste generatiestudenten vormden.  De allochtonen in deze studie die toch doorstromen naar het hoger onderwijs kiezen beduidend meer voor universitair dan voor hogeschoolonderwijs.  Het is wel zo dat de keuze voor universiteit stijgt bij de allochtonen groep naarmate de sociaaleconomische achtergrond van het gezin toeneemt.

  • Het lage studierendement van allochtonen wordt in deze studie bevestigd  De slagingspercentage in het 1ste jaar hoger onderwijs ligt voor alle allochtonen groepen lager dan dit voor de autochtonen.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]