Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

15.3: Schoolprestaties en cognitieve ontwikkeling:

15.3.1: De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs: (niet kennen)

  • De overgang van basisschool naar het middelbaar onderwijs is een normatieve overgang, wat betekent dat het onderdeel uitmaakt van het leven van bijna alle adolescenten in Vlaanderen.

  • Toch maakt het feit dat bijna iedereen het meemaakt het er niet makkelijker op. De overgang kan bemoeilijkt worden door de fysieke, cognitieve en sociale veranderingen die rond dezelfde rijd plaatsvinden.

  • Na de basisschool gaan bijna alle leerlingen naar het middelbaar onderwijs.  Zijn gemiddeld 12 jaar  Een leeftijd waarin ze in de puberteit komen en worstelen met de veranderingen die zich in hun lichaam voltrekken. Bovendien worden hun denkpatronen verfijnder en worden hun relaties met familie en vrienden ingewikkelder dan ooit.

  • Voor de meeste leerlingen heeft het voortgezet onderwijs een andere onderwijsstructuur dan ze gewend waren op de basisschool.  In plaats van de hele dag in hetzelfde lokaal te zitten, gaan ze nu van lokaal moeten veranderen.  Tevens moeten ze zich aanpassen aan de eisen van de verschillende docenten. Bovendien komen scholieren in een omgeving waarin ze plotseling aan de onderkant van de hiërarchie bevinden omdat ze de jongste & minst ervaren leerlingen zijn.

  • Sommige leerlingen ervaren de overgang van de basisschool naar het middelbaar als verontrustend en soms zelfs schadelijk.  Op de basisschool stonden ze immers aan de top van de hiërarchie en verschilden ze fysiek en cognitief aanzienlijk van de kleuters en de kinderen uit het 1ste leerjaar.  Bovendien zijn scholen voor het middelbaar over het algemeen groter en hebben ze meer leerlingen dan basisscholen.  Alleen al dit gegeven maakt de overgang naar het middelbaar moeilijker.

15.3.2: Sociaaleconomisch status en schoolprestaties: individuele prestatieverschillen: (niet kennen)

  • Ondanks het ideaalbeeld dat alle scholieren gelijke onderwijskansen moeten hebben, is het duidelijk dat bepaalde groepen op dit gebied een voorsprong hebben.

  • Een van de meest veelzeggende indicatoren hiervan is de relatie tussen schoolprestaties en sociaaleconomische status.

  • Scholieren uit een gezin met een gemiddelde of hoge sociaaleconomische status halen gemiddeld hogere cijfers, scoren beter op gestandaardiseerde toetsen en blijven langer op school dan scholieren met een lage sociaaleconomische status.

  • Natuurlijk begint deze ongelijkheid niet pas in de adolescentie; voor kinderen op de basisschool geldt hetzelfde. Tegen de tijd dat scholieren op het voortgezet onderwijs zitten, worden de effecten van de sociaaleconomische status echter nog duidelijker.

  • Waarom doen scholieren met een gemiddelde of hoge sociaaleconomische status het beter op school?:

  • Daar zijn verschillende verklaringen voor, waarvan de meeste te maken hebben met omgevingsfactoren. Scholieren met een lage sociaaleconomische status vaak naar minder goede scholen waar meer geweld voorkomt en hebben geen goede plek om hun huiswerk te doen, omdat ze vaak klein wonen.

  • In hun huis ontbreekt het vaak aan de boeken en computers die in economische welvarender huishoudens bijna vanzelfsprekend zijn.

  • Daarnaast zijn hun voeding en gezondheid vaak slechter en zijn hun ouders vaak minder betrokken bij het onderwijs van hun kinderen, wat een factor is die gerelateerd is aan schoolprestaties.

  • Bij elkaar opgeteld vormen deze factoren geen optimale leeromgeving.

  • Kortom, scholieren uit arme milieus zijn vaak vanaf de dag dat ze met hun opleiding beginnen in het nadeel. Als ze ouder worden, blijven hun schoolprestaties vaak nog steeds achter en kan hun achterstand zelf steeds verder oplopen.

  • Omdat later succes op school voor een groot deel afhankelijk is van basisvaardigheden die in principe eerder in de schoolcarrière worden aangeleerd, raken kinderen die al aan het begin van hun schooltijd problemen hebben als adolescenten vaak steeds verder achterop.

  • Attributies en opvattingen binnen het gezin over schoolprestaties:

  • In de theorievorming over gezin en schoolsucces staat de vraag centraal welke kenmerken van het gezin samenhangen met een positieve dan wel negatieve aanpassing van het kind of jongere aan school.

  • Het meest gerapporteerde verband tussen gezinskenmerken en schoolsucces is dat kinderen uit lage sociaaleconomische klassen het slechter doen op school dan kinderen uit hoge sociaaleconomische klassen. In dergelijk onderzoek staan meestal ouderlijke kenmerken zoals het opleidingsniveau en de beroeps- en inkomenspositie centraal.

  • Echter, ouders oefenen niet alleen direct door hun sociaaleconomische kenmerken invloed uit op het schoolsucces van hun kinderen  Een warme opvoedingsstijl, de aanwezigheid van beide ouders, stimulerende intellectueel klimaat en aanpassingsvermogen worden vaak positief indirect verbonden met schoolsucces.

  • Dergelijke achtergronden gaan vaak samen met inhoudelijke gezinsfactoren die een verklaring vormen voor onderwijsprestaties.

  • De laatste jaren wordt steeds duidelijker gemaakt hoe belangrijk ervaringen van kinderen in het gezin zijn voor een succesvolle schoolcarrière.  De mate waarin kinderen voorbereid op school komen en door hun ouders gesteund en gestimuleerd worden, beïnvloedt de kans op een succesvolle schoolloopbaan.

  • In gezinnen waar veel waarde en belang wordt gehecht aan een goede opleiding, hebben kinderen vaak betere schoolprestaties dan in gezinnen waar dat niet zo is.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]