Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

15.2: De morele ontwikkeling:

15.2.1: Kohlbergs theorie van morele ontwikkeling:

  • Moraliteit: is een systeem van overtuigingen, waarden en onderliggende beoordelingen over goed en kwaad.

  • Kohlberg:

  • Morele dilemma’s. Vb. Heinz dilemma.

  • dilemma’s met conflicten op vlak van twee morele waarden. Op basis van hun antwoord werd afgeleid op welk vlak ze stonden qua fase.

  • Is verhaal met conflict tussen 2 of meer morele waarden ( Vb. Rechtvaardigheid en recht op leven)

  •  Wat moet hoofdpersonage doen + waarom?

  • Heinz Dilemma:

Een vrouw ligt op sterven omdat ze een zeldzame vorm van kanker heeft. Er bestaat één medicijn dat haar volgens de artsen zou kunnen redden dat een wetenschapper onlangs heeft ontwikkeld. Maar de wetenschapper vraagt er tien keer zoveel voor als de productieprijs. Heinz, de man van de vrouw, is bij al zijn kennissen en vrienden langsgegaan, maar hij heeft niet eens de helft van het geld bij elkaar gekregen. De wetenschapper weigert om het voor een lagere prijs te verkopen of dat Heinz het later mag betalen. Wanhopig overweegt Heinz om in te breken en het medicijn voor zijn vrouw te stelen. Moet hij dat doen en waarom?’

  • Antwoord op de dilemma’s:

    • Morele ontwikkeling

    • Cognitieve ontwikkeling

    • Verschillende leeftijden geven

verschillende antwoorden

  • 6 stadia ondergebracht in 3 periodes:

    • Preconventionele moraal

    • Conventionele moraal

    • Postconventionele moraal

  • Preconventionele moraal:

  • Is onveranderlijke regels, gebaseerd op belonen en straffen.

  • Houden mensen vast aan onveranderlijke regels die gebaseerd zijn op beloningen en straffen.

  • Stadium 1 ( tot 4 jaar):

  • Gehoorzaamheid om straf te vermijden.

  • Stadium 2 ( tot 6 jaar):

  • Conformistisch gedrag om beloning te krijgen.

 Is naïef hedonisme.

  • Iets is goed als je er straf mee kan vermijden of als je er een beloning voor kan krijgen.

  1. Wat goed is, is bedoeld om straf te vermijden. Bv. niet stelen want anders gaat Heinz naar de gevangenis.

  2. Iets is goed als ik er beter van wordt (vergroten eigenwaarde). Bv. Beter stelen opdat vrouw kan blijven leven, daar heb je zelf wat aan.  Wordt naïef hedonisme genoemd.

  • Conventionele moraal:

  • Is morele problemen benaderen op basis van eigen positie als goede, verantwoordelijke leden van maatschappij.

  • Benaderen mensen morele problemen op basis van hun eigen positie als goede, verantwoordelijke leden van de maatschappij.

  • Kinderen die vinden dat je het medicijn niet moet stelen, denken vb. dat ze zich oneerlijk of schuldig zouden voelen en kinderen die voorstander zijn van het stelen denken dat ze anderen niet meer onder ogen zouden komen als ze in deze situatie niets deden.

  • Stadium 3 ( tot 8 jaar):

      • Conformistisch gedrag om afkeuring te vermijden; nette-jongen-mentaliteit.

        • Regels volgen om afkeuring te vermijden – aardig gevonden te worden

      • Anticipatie op afkeuring van anderen

      • Heinz?

  1. Iets is goed wanneer ik daardoor een lief meisje ben of een nette jongen wordt. Ik doe iets goed waardoor ik sociale acceptatie en appreciatie ontvang. Bv. Je moet het medicijn stelen want anders vinden mensen je niet lief meer en dat je, je vrouw hebt laten sterven.

  • Stadium 4 (tot 10 jaar):

      • Betrekken universele morele principes bij hun beslissing.

      • Conformistisch gedrag om straf van de samenleving te vermijden

      • Nadruk op autoriteit en sociale orde

      • Anticipatie op schuld en schande

      • Heinz?

  1. Regels van de overheid volgen om een nette, goede burger te zijn. Volgen zonder enige vraag. Die regels zijn altijd goed. Geen eigen gedachtegang. Valt erg op bij jonge kinderen. Bv. Met kind voor rood licht, als wij overlopen gaan ze ons berispen ‘je moet wel blijven staan he’. Wanneer regels niet worden nageleefd, schuld en schaamte. Veel volwassenen blijven in dit stadium steken.

  • Postconventionele moraal:

  • Is persoonlijke keuze en universele waarden die de regels van de specifieke maatschappij waarin ze leven overstijgen.

  • Stadium 5 ( vanaf 10 jaar):

  • Houden aan wetten van samenleving maar wetten/normen kunnen worden herzien indien ze indruisen tegen algemeen belang.

  1. Je gaat zelf nadenken over waarden en normen. Bepalen wat jij belangrijk vindt en wat je nastreeft. Als je niet achter de normen en wetten staat mag je er van afwijken. Bv. Heinz mag stelen want er zijn verzachtende omstandigheden: vrouw bijna dood, dokter wilde geen prijsverlaging bieden.

  • Stadium 6 (..):

      • Universele waarden + individuele principes.

        • Conformistisch gedrag omwille van eigen inzicht.

      • Heinz?

  1. Het volledig loskomen van wat de wet voorschrijft. Persoonlijk moraal overstijgt de wetten van de samenleving. Of die twee nu overeen komen of niet. Eigen idee staat boven de wetten/normen. Wat goed en slecht is, is gebaseerd op je eigen inzichten.

  • Kritiek Kohlberg:

    • Niet iedereen bereikt laatste stadium.

  • Slecht 25 procent bereikt dit stadium. Meesten blijven steken in 4.

    • Impact cultuur.

      • Geïndustrialiseerde landen vs niet-geïndustrialiseerde landen.

  • Is het wel zo universeel? Andere cultuur, wel straf maar geen grote want de samenleving wilde hem niet helpen (collectivisme)

    • Link met gedrag.

  • Het is niet omdat iemand moreel kan redeneren dat men ook moreel naar zal handelen. Link is losjes. Mensen die op postconventieel niveau kunnen redeneren maken minder fouten dan diegenen in het preconventioneel niveau redeneren.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]