Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать
  • Verschillen naar opleidingsniveau:

        • BSO: 64% ervaring ( op 18 jaar).

        • TSO: 45% ervaring.

        • ASO: 24% ( ook meeste abortussen).

        • Reden?

          • BSO/ TSO meer gericht op ideaal van vaste relatie dan ASO. Ook al werkgerichter, gezinsgerichter.

        • Bij tienerzwangerschappen: meer abortus in ASO

          • Aantal partners?:

    • ‘Liefjesrelatie’ kenmerkend in adolescentie:

      • Relatie met zekere stabiliteit en zekerheid, zonder nadruk op definitieve relatie in toekomst.

    • Groot verschil tussen jongens en meisjes:

      • Meisjes?

        • 5% 5 partners of meer (op 18 j.)

      • Jongens?

        • 22% al 5 partners gehad te hebben op 18 jaar.

    • Verschillen naar opleidingsniveau

      • ASO vaker 1 partner ( Zijn er minder mee bezig)

      • BSO vaker meer partners

Hoofdstuk 15: De cognitieve ontwikkeling in de adolescentie:

15.1 De intellectuele ontwikkeling:

15.1.1: De cognitieve ontwikkeling volgens Piaget:

  • In de vorige schema kon men niet logisch nadenken, noch redeneren. In het concreet operationele wel. Logisch redeneren kan toegepast worden op concrete zaken in de werkelijkheid.

  • Fase 3 : Jan is groter dan piet en piet is groter dan Sarah. (niet mogelijk tenzij met foto’s) Fase 4 ; wel mogelijk door vermogen tot mentale representatie. (Laatste fase tot de ouderdom) abstract redeneren.

  • Formeel-operationeel stadium (11 jaar en ouder):

    • Het stadium waarin mensen het vermogen ontwikkelen om abstract te denken.

    • Bereiken volgens Piaget dit stadium aan het begin van de adolescentie ( rond 12 jaar).

    • Door de formele grondslagen van de logica toe te passen op problemen waar ze tegenaan lopen, zijn adolescenten in het formeel-operationeel stadium in staat om ook op een abstracte, en niet alleen op een concrete manier naar problemen te kijken.

    • Door een systematisch en basale manier naar elke variabele te kijken , zijn adolescenten in staat hun inzichten te toetsen en te ontdekken welke gevolgen hun acties hebben.

    • Adolescenten in het formeel-operationele stadium maken gebruik van hypothetisch-deductief redeneren, waarbij ze beginnen met een algemene theorie over datgene wat een bepaald resultaat oplevert. Vervolgens leiden ze daarvan verklaringen af voor specifieke situaties waarin ze dat specifieke resultaat zien gebeuren.

    • Net zoals wetenschappers die hypotheses vormen, kunnen ze hun theorieën toetsen.

    • Het verschil tussen dit soort denken en eerdere cognitieve stadia is het vermogen om abstracte mogelijkheden als vertrekpunt te nemen en van daaruit over te stappen naar het concrete. ( In eerdere stadia zitten kinderen vast aan het concrete hier en nu.)

    • Beperking concreet-operationeel stadium opgelost.

    • Kenmerken:

      • Denken:

        • Verder dan de concrete situatie.

        • Abstract.

      • Hypothetisch-deductief redeneren.

      • Propositioneel denken.

    • Door abstract nadenken kan je loskomen van de werkelijkheid. (bv, wat als er geen wagens waren?) Gevolg: ook nadelen, ze worden erg kritischer, ideologische, ... (het zou anders kunnen, beter kunnen zijn, ...).

    • Taalgebruik: meer specifieke termen zoals zelfrespect en dergelijke gaan gebruiken.

  • Hypothetisch-deductief redeneren:

  • Is starten met een algemene theorie over alle mogelijke factoren die van invloed kunnen zijn op een gebeurtenis. Vanuit deze theorie specifieke hypothese/ voorspellingen opstellen over wat er zou kunnen gebeuren. Tot slot op een systematische manier de voorspellingen nagaan.

Pendule taak:

  1. Lengte koord

  2. Gewicht object

  3. Kracht

  4. Optillen gewicht

  • Hoe gaat iemand te werk om dit op te lossen?:

  • Hypothese, als alles constant is buiten het gewicht.. Als het dan sneller of trager gaat bepaald het, het gewicht.

  • We denken systematisch en gaan op basis daarvan veronderstellingen afleiden en dan toetsen.(eerst denken, in het hoofd uitdenken, uitvoeren, uitsluiten of vaststellen).

  • Een lagere schoolkind gaat alles door elkaar doen zonder enige systematiek.

  • Propositioneel denken:

  • Is gebruik van abstracte logica in de afwezigheid van concrete voorbeelden.

  • Vb. Alle mensen zijn sterfelijk.

S ocrates is een mens.

Socrates is sterfelijk.

  • Katten zijn groter dan giraffen.

G iraffen zijn groter dan konijnen.

Katten zijn groter dan konijnen.

  • Alle A’s zijn B’s

C is een A.

C is een B.

  • Een lagere school kind kan niet abstractere en zou zeggen: maar katten zijn niet groter dan giraffen.

  • Ontwikkeling:

    • Tot stand komen door fysieke maturatie en omgevingservaring.

    • Volledig formeel-operationeel denken vanaf 15j.

    • Maar:

      • Niet iedereen volledig.

      • Niet altijd gebruik van maken, bv. Heuristieken.

  • Heuristieken: intuïtie gebruiken om een vraag te beantwoorden.(soms ook tekenen van iets om tot antwoord te komen ofzo)

      • Makkelijker in situaties waarmee we ervaring hebben.

  • Heuristieken:

Bv.

    • Zaal: 30 ingenieurs en 70 advocaten

    • Pieter:

      • 45 jaar oud

      • Getrouwd en vier kinderen

      • Conservatief, voorzichtig en ambitieus

      • Geen interesse in politiek of sociale issues

      • Spendeert het meeste van zijn vrije tijd aan één van zijn vele hobby’s, zoals doe-het-zelf-klussen, zeilen en mathematische puzzels

    • Wat is de kans dat Pieter een ingenieur is? (0-100):

  • Logische redeneren : 3/10

  • Toch zijn er veel mensen die intuïtief afgaan op de andere informatie.. En dan denken dat het wel een ingenieur zal zijn.

  • Gebruik van deze manier van denken is ook afhankelijk van bv. Hoe iemand zijn leven eruit ziet.

  • Consequenties van het gebruik van formele operaties in de adolescentie:

    • Kritischer en gevoelig voor ‘tekortkomingen’ ander.

    • Idealisme:

  • Aansluiting bij greenpeace, het verschil willen maken,..

    • Discussiëren om te discussiëren:

  • Adolescenten gaan ook vaak discussiëren om gewoon te discussiëren. Ze halen er plezier uit om andermans redenering onderuit te halen.

    • Het formeel operationeel stadium brengt veel voordelen mee zoals abstract denken, etc, Helaas worden ze ook kritischer. Ze gaan nadenken over dingen die niet werkelijk zijn. Leerkrachten en ouders worden in twijfel getrokken en deze krijgen het hard te verduren. Ook ten aandeel van zichzelf worden ze kritischer.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]