Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

13.2: Relaties: Vriendschappen in de schooltijd:

  • Voordelen vriendschap:

    • Info: wereld – zichzelf – anderen.  Zodat je weet welk gedrag dat van je verwacht wordt.

    • Emotionele steun (stress).

    • Oefening (interactie – communicatie).

    • Intellectuele groei.

    • Vaardigheden hechte relaties opbouwen

    • Samenwerken.

  • Invloed van vrienden wordt belangrijker maar niet groter dan de invloed van ouders en andere gezinsleden.  Blijven centrale rol spelen in het leven van kinderen.  Verminderd vanaf adolescentieperiode.

13.2.1: Stadia van vriendschap: Een veranderende kijk op vrienden:

  • 3 stadia

(1) Concreet (4-7 jaar):

- Activiteiten – speelgoed.  Samen spelen kenmerkt vooral de vriendschap.

- Veel tijd.

- Geen persoonlijke kenmerken.  Waarderen ze wel, maar is niet belangrijk.

(2) Vertrouwen (8-10 jaar):

- Persoonlijke eigenschappen.

- Vertrouwen geschonden  formele verontschuldigingen.  Vooral gekenmerkt door vertrouwen.  Vrienden zijn mensen die je kunt vertrouwen, waar je zaken mee kunt delen, waar je op kan steunen.

(3) Psychische nabijheid, wederzijdse openheid en exclusiviteit (11-15 jaar).:

- Intimiteit – loyaliteit.  Het niet alleen samen dingens meer doen is belangrijk, maar ook de psychologische aspecten zijn belangrijk.  Wordt veel abstracter en duidelijker.

- psychische nabijheid – openheid – exclusiviteit.

  • Wie kies je als vriend?:

    • Soort zoekt soort: ( kinderen die op je lijken)

      • Leeftijd.

      • Populariteit.

      • Etnische groep.

      • Schoolprestaties.

      • Agressief gedrag.

      • Geslacht.

  • Stadium 1: Vriendschap gebaseerd op het gedrag van anderen:

Het loopt grofweg van het 4de tot het 7de levensjaar, zien kinderen vrienden als anderen die hen aardig vinden en met wie ze speelgoed en andere activiteiten delen. Ze beschouwen de kinderen met wie ze het grootste deel van hun tijd doorbrengen als hun vrienden. Een kind van 6 jaar oud dat gevraagd werd hoe het weet dat iemand zijn beste vriend is, gaf hij het volgende antwoord. Ik ga soms bij hem logeren. Als hij met zijn vrienden aan het voetballen is, mag ik altijd mee doen. Toen ik bij hem logeerde, liet hij me winnen met voetballen. Hij vindt me aardig.

Kinderen doen in dit stadium nauwelijks de persoonlijke eigenschappen van anderen laten meewegen. Schoolkinderen bepalen op een heel concrete manier wie hun vrienden, zijn en dat hangt vooral af van het gedrag van anderen. Andere kinderen zijn aardig als die dingen met hen deelt. Kinderen die niet delen, die slaan of die niet met hen spelen vinden ze niet aardig. In dit 1ste stadium is een vriend of vriendin dus vooral iemand die mogelijkheden biedt voor plezierige interacties.

  • Stadium 2: Vriendschap gebaseerd op vertrouwen:

 Hier krijgen kinderen een gecompliceerde kijk op vriendschap. Dit stadium, duurt van 8-10 jaar, bestrijkt een periode waarin kinderen persoonlijke eigenschappen en kenmerken laten meewegen, evenals de beloningen die een vriendschap oplevert.

 Maar het belangrijkste element in dit stadium is wederzijds vertrouwen. Vrienden worden beschouwd als kinderen die er voor je zien als je ze nodig hebt. Als dat vertrouwen wordt geschonden, wordt dat hoog opgenomen. Vrienden kunnen het dan niet zomaar goedmaken door een leuk speelkameraadje te zijn, zoals in het vorige stadium wel kon. Er worden formele verklaringen en formele verontschuldigen van hen verwacht voordat de vriendschap weer hersteld kan worden.

  • Stadium 3: Vriendschap gebaseerd op psychische nabijheid:

 Het 3de stadium van vriendschap begint tegen het einde van de schooltijd en duurt van het 11de tot de 15de jaar. In deze periode beginnen kinderen de kijk op vriendschap te ontwikkelen die ze ook tijdens hun adolescentie zullen hebben. Intimiteit en loyaliteit zijn de belangrijkste criteria voor vriendschap.  vriendschap wordt gekenmerkt door psychische nabijheid , wederzijdse openheid en exclusiviteit.  Aan het einde van de schooltijd zoeken kinderen vrienden uit die loyaal zijn.  Ze kijken minder naar de activiteiten die ze kunnen delen en meer naar de psychische voordelen die een vriendschap met zich meebrengt.  Kinderen krijgen ook duidelijke ideeën over welk gedrag ze in vrienden waarderen en aan welk gedrag ze een hekel hebben.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]