Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

13.1.2: Een nieuw antwoord op de vraag: wie ben ik?:

  • Verschuiving van fysieke naar psychologische karakterisering van het ik:

 Schoolkinderen zijn op zoek naar een eigen identiteit. Door de cognitieve vaardigheden die in het vorige hoofdstuk aan de orde kwamen, zoals het toegenomen inzicht in de theory of mind en informatieverwerkingsstrategieën, gaan kinderen zich meer vereenzelvigen met hun innerlijke, psychische eigenschappen dan met hun externe, fysieke eigenschappen.

 De focus verschuift van externe eigenschappen naar interne, psychische trekken, wordt het beeld dat kinderen hebben van zichzelf gedifferentieerder.  Volgens Erikson zoeken kinderen activiteiten uit waarbij hun vlijt vruchten afwerpt. Als ze ouder worden, ontdekken ze dat ze goed zijn in het één en minder goed in het ander. Vb. Goed zijn in wiskunde maar slecht zijn in Frans.

 Het zelfbeeld van kinderen is in deze periode verdeeld in 3 persoonlijke domeinen en een intellectueel domein.

  • Zelfbeeld:

  • Het zelfbeeld bestaat uit opvattingen over en percepties van het ik (cognitief).

  • Zelfdefinitie op basis van fysieke + psychologische eigenschappen:

 Cognitieve ontwikkeling?

  • Zelfbeeld wordt meer gedifferentieerd?

  • Positief én negatief.

  • Ik ben Els. Ik ben een meisje. Ik kan erg goed schilderen.

Ik ben niet goed in rekenen. Ik help veel. Ik kan

mooi zingen. Eigenlijk ben ik best wel slim.”

  • Zelfbeeld in de schooltijd: 3 persoonlijke domeinen + 1 intellectueel domein

 Veel verschillende visies over hoe zelfbeeld eruit ziet : dit is er één van.

  • Sociale vergelijking:

= verlangen eigen gedrag, vermogens, expertise en meningen te beoordelen door ze te vergelijken met die van anderen:  Beoordeling van het eigen gedrag, de eigen capaciteiten, expertise en meningen door ze te vergelijken met anderen.

    • Adhv de sociale realiteit :

      • De manier waarop anderen handelen, denken, voelen…

      • Anderen = personen met wie ze overeenkomsten vertonen.

    • Opwaartse en neerwaartse vergelijking :

      • Verklaring Big Fish Little Pond – effect  Iemand die gewoon het gewoon doet , maar die op een school zit waar de kinderen in verhouding minder goed scoren. Dan zal het kind dat het gewoon doen zich vergelijken met mensen die het minder goed doen. Dit noem je een neerwaartse vergelijking.

  • Opwaartse & neerwaartse sociale vergelijking:

 Kinderen vergelijken zichzelf vaak met kinderen die beter presteren dan zijzelf vooral met leerlingen van het zelfde geslacht, leeftijd en etniciteit en met vrienden.

Dit noemen we de Opwaartse sociale vergelijking: zorgt ervoor dat leerlingen beter gaan presteren.

Neerwaartse sociale vergelijking: Het zorgt er ook voor dat leerlingen zich slechter gaan voelen en een negatief zelfbeeld krijgen. Daarom kiezen ze er in sommige gevallen, vooral in hun eigenwaarde in het geding is , voor om neerwaartse sociale vergelijkingen te maken met anderen die duidelijk minder competent of minder succesvol zijn.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]