Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать
  • Verbetering van geheugen:

  • Mindmap: Diagram waarin een centraal schema omgeven wordt door gerelateerde onderwerpen en subonderwerpen.

  • kortetermijngeheugen

    • Tijdelijke opslagplaats van taakrelevante informatie

    • Recente info/gebeurtenissen vasthouden

    • 7 items

      • ‘Chunking’

= Materiaal dat tijdelijk opgeslagen moet worden bewerken, groeperen, structureren, …

  • Metageheugen :

= Het besef van de processen die ten grondslag liggen aan het geheugen

    • Tweede leerjaar:

      • Een globaal idee van wat het geheugen is

      • Begrijpen dat niet iedereen even goed kan onthouden

    • Gebruik van geheugenstrategieën

      • Doelbewust gebruikte strategieën om de cognitieve verwerking te verbeteren

  • Geheugenstrategieën:

    • Herhalen Vb. ‘ ik ga op reis en ik neem mee..’  Kinderen van de lagere school kunnen deze spelletjes zoals ik ga op reis en ik neem mee goed spelen .

    • Sleutelwoordstrategieën = 2 reeksen woorden aan elkaar koppelen die hetzelfde klinken:

      • Bv. Télésiege – Telefoon (sleutelwoord) Telesiege is een skilift word gekoppeld aan het woord telefoon omdat het erop lijkt , en men onthoud het bijvoorbeeld door te denken aan een skiër die staat te bellen .

    • Elaboratie = koppeling van mentale beelden aan de informatie die iemand zich wil herinneren

      • Bv. Broodje aap.

12.1.4: Taalontwikkeling: de betekenis van woorden:

  • Beheersing van taalmechanismen:

  • In de schooljaren blijft de woordenschat groeien.

  • De gemiddelde zesjarige heeft vb. een vocabulaire van 8-14 duizend woorden, een negen en elf jarige groeit de vocabulaire met nog eens 5duizend woorden.

  • Bovendien verbetert hun gebruik van grammatica:

  • Het gebruik van de passieve vorm is in de vroege schooljaren relatief zeldzaam en kinderen van 6&7 gebruiken nog niet vaak voorwaardelijke bijzinnen ( vb. Als Sara de tafel dekt, was ik af).

  • In de loop van de schooltijd gaan ze echter steeds vaker zowel de passieve vorm als voorwaardelijke bijzinnen gebruiken.

  • Tot slot verbetert hun begrip van syntaxis, de regels voor het combineren van woorden & frasen tot zinnen.

  • Tegen dat ze naar het 1ste leerjaar gaan spreken de meeste kinderen woorden vrij goed uit. Bepaalde fonemen , klankeenheden , blijven echter problemen geven.

  • Het vermogen om r- en sch- klanken uit te spreken, ontwikkelt zich later dan het vermogen om andere fonemen uit te spreken.

  • Schoolkinderen hebben soms ook moeite met het interpreteren van zinnen als de betekenis van de intonatie afhangt.

  • Kinderen worden in de schooljaren ook competenter in het gebruik van pragmatiek, de taalregels voor communicatie in een sociale context. Pragmatiek heeft betrekking op het vermogen van kinderen om in een bepaalde sociale situatie de juiste, effectieve taal te gebruiken.

  • Hoewel kinderen aan het begin van de schooltijd vb. weten dat je naar andere moet luisteren en hen moet laten uitpraten, is hun toepassing van die regels soms nog primitief.

  • Metalinguïstisch bewustzijn:

  • Metalinguïstisch bewustzijn:

  • Het besef van het eigen taalgebruik.

  • Een van de belangrijkste ontwikkelingen in de schooltijd is het groeiende metalinguïstische bewustzijn van kinderen.

  • Tegen de tijd dat kinderen 5 of 6 zijn:

  • Begrijpen ze dat taal aan bepaalde regels moet voldoen, zoals het vervoegen van werkwoorden.

  • In de peuter- en kleuterjaren :

  • Leerden en begrepen zij die regels op een impliciete manier, maar in de schooltijd beginnen kinderen ze op een explicietere manier te begrijpen.

  • Hun metalinguïstische bewustzijn helpt kinderen taal begrijpen als de informatie verwarrend of incompleet is.

  • Als peuters en kleuters dubbelzinnige of onduidelijke informatie krijgen, vragen ze zelden om opheldering, en ze wijten het meestal aan zichzelf als ze die informatie niet begrijpen.

  • Als ze 7 of 8 jaar zijn beseffen kinderen dat miscommunicatie het gevolg kan zijn van factoren die niet alleen aan henzelf liggen, maar ook aan de persoon waarmee ze communiceren.

  • Daarom zullen schoolkinderen eerder om opheldering vragen als bepaalde informatie hun niet duidelijk is.

  • Hoe taal de zelfbeheersing bevordert:

  • Dankzij de groeiende perfectionering van hun taalgebruik kunnen schoolkinderen hun gedrag beter beheersen.

  • In een experiment kregen kinderen te horen dat ze 1 marsmallow mochten nemen als ze die direct wilden opeten, maar dat ze er 2 mochten nemen als ze even wachten.

  • De meeste kinderen die in leeftijd varieerden van 4 tot 8 jaar, kozen ervoor om te wachten.

  • Maar de strategieën die ze daarvoor gebruikten verschilden aanzienlijk.

  • De 4 jarigen besloten vaak om tijdens het wachten naar de marshmallow te kijken , een strategie die niet erg effectief was.

  • 6-8 jarigen maakten gebruik van taal om de verleiding te weerstaan, hoewel ieder op hun eigen manier.

De 6 jarigen praatten en zongen in zichzelf en herinnerden zich eraan dat ze uiteindelijk meer lekkers zouden krijgen als ze wachten.

De 8 jarigen concentreerden zich op aspecten van de marshmallows die niet gerelateerd waren aan smaak, zoals hun uiterlijk, wat hen hielp zich te bedwingen.

  • Kortom , kinderen ‘ praatten tegen zichzelf’ om hun gedrag te helpen reguleren. Bovendien konden ze zich effectiever beheersen naarmate hun taalvaardigheid toenam.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]