Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать
  • Interactionisme:

  • genen én omgeving spelen rol bij het tot stand komen van eigenschappen en mogelijkheden.

  • Genen dragen meer bij aan sommige eigenschappen dan aan andere:

  • Bv. Sociale macht optimisme controle

  1. Gevolgen voor de opvoeding van de kinderen en voor sociaal beleid:

  • Bv. Intelligentie:

  • Gevolg van genen: Stimulatie niet veel impact  als men er van uit gaat dat IQ samenhangt met de gene, dan moet men deze kinderen niet meer ondersteunen.

      • Gevolg van omgevingsinvloeden: Stimuleren is belangrijk.

  • Vraag ‘in welke mate spelen beide processen een rol’?

  • 2 uitersten van een continuüm:

N ature _______________________________ Nurture  Controle over de omgeving.

Nadenkertje…. :

  • M.b.t. slides 35-38: welke examenvraag zouden we daar over kunnen stellen? :

  • Mogelijke examenvragen: wat is interactionisme? Geef een vb? Verduidelijk deze term?

  • Verschillen of gelijkenissen tussen nature/ nuture.

  • Meerkeuze vraag. Milieu bepaald niet wat er ontwikkelt , maar dat er ontwikkeling plaats vind. Voor welke is dit typisch?

Nature

Nuture

Geen van de bovenstaande?

Hoofdstuk 2: Theoretische perspectieven en onderzoek:

  • Stellingen: ( is niet wetenschappelijk onderzocht)

  • Als je huilende baby’s direct troost, verwen je ze.

  • Als je baby’s laat huilen zonder ze te troosten, worden het angstige volwassenen

 Is niet bewezen.

2.1: Visies op kinderen:

  • Theorie: Verklaring of voorspelling over een interessant verschijnsel die een raamwerk biedt om de relaties tussen een geordende reeks feiten of principes te begrijpen.

  • Onze persoonlijke theorieën zijn gebaseerd op willekeurige observaties die niet worden geverifieerd. Theorieën zijn formeler en gebaseerd op systematische integratie van eerdere bevindingen en theoretische veronderstellingen.

  • Psychodynamisch perspectief  Vb. Marijke problemen aangaan om zich te hechten aan mannen  angst dat ze haar pijn gaan doen,..  Verleden ouders hebben vechtscheiding gehad  Feit dat vader nooit heeft gekend  waardoor ze geen relaties kan aangaan.

  • Behavioristisch perspectief.

  • Cognitief perspectief.

  • Contextueel perspectief.

  • Evolutionair perspectief.

2.1.1: Het psychodynamisch perspectief: focus op innerlijke krachten:

  • Psychodynamisch perspectief: Benadering van de ontwikkeling waarbij men ervan uitgaat dat gedrag, gemotiveerd wordt door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft.

  • Gedrag wordt gemotiveerd door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft.  gedrag wordt gestuurd door je verleden.  Innerlijke zaken waar me al dan niet bewust van is.

  • 2 toonaangevende theorieën:

  1. De psychoanalytische theorie van Freud:

  • Gaat ervan uit dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en gedrag.

  • Volgens Freud is het onbewuste het deel van iemands persoonlijkheid waarvan hij zich niet bewust is. Het bevat infantiele wensen, verlangens en behoeften die vanwege hun verstorende aard afgesloten zijn van het bewustzijn.

  • Vb. Zo kan een kind ervaren dat het te weinig aandacht krijgt van zijn opvoeders. Om dit ‘ tekort’ te compenseren vraagt het steeds aandacht van de juf op school en later van zijn partner. Het is echter nooit genoeg en de persoon in kwestie is zich er niet van bewust dat dit gedrag voortkomt uit het ervaren tekort uit de vroegere kindertijd.

 Gevalsstudies over vrouwen met neurotisch gedragen en zeer emotioneel overkomen.

  • Gedrag:

  • Is gemotiveerd door ( onbewuste) innerlijke krachten, herinneringen & conflicten.  Die in het verleden gebeurt zijn die niet helemaal verwerkt zijn en worden verdrongen  Als de zaken terug naar boven komen noemt men dit het  terug keer van het verdrongen.  De oorzaak van het symptoom zoeken.

  • Onbewuste:

  • is afgestote infantiele wensen, verlangens & behoeften van verstorende aard.

  • ‘Abnormaal’ gedrag:

  • is inadequaat werken van driften.

  • Onbewust/ Onderdrukkingen verlangens die in de kindertijd nooit vervult werden.

  • Drieledige persoonlijkheidsstructuur: Een kader bieden voor de zaken die verdrongen zijn.

  • Es (id)  Het primitieve , ongeorganiseerde aangeboren deel van de persoonlijkheid dat aanwezig is bij de geboorte.

  • Ich ( ego)  Het rationele en redelijke deel van de persoonlijkheid.

  • Überich ( superego)  Het aspect van de persoonlijkheid dat iemands geweten vertegenwoordigt en het onderscheid belichaamt tussen goed en kwaad.

Alle gedrag wordt gemotiveerd door het willen ervaren van lust. Twee aangeboren driften/instincten zijn hierbij werkzaam:

  • Sexualiteit (eros) levensdrift en geslachtsdrift  Gefocussed op bevrediging.

  • Agressie (thanatos) doodsdrift  Gefocussed op het vermijden van doodstraf..

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]