Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

12.1: De intellectuele & taalkundige ontwikkeling:

12.1.1: De cognitieve ontwikkeling volgens Piaget:

  • De opkomst van het concreet –operationele denken:

  • CONCREET-OPERATIONEEL STADIUM:

    • De periode van cognitieve ontwikkeling tussen het 7de en 12de levensjaar, dat wordt gekenmerkt door de actieve en juiste gebruik van logica. Logisch nadenken maar het moet allemaal zeer concreet blijven.  Denken wordt logischer maar je moet het wel tonen aan het kind ( visueel) & niet te abstract maken.

    • Denkfouten uit vorige fase worden rechtgezet

    • Kenmerken:

      • Denken

      • Relatie tussen tijd en snelheid

      • Conservatietaken correct oplossen

      • Classificatie

  • Denken:

  • Operaties uitvoeren op concrete problemen

  • Operaties = mentale acties die de regels van de logica volgen

Bv. Welke staaf is de langste, de blauwe of de groene? ( Slide 31).

  • Besef van relatie tussen tijd en snelheid : Voorbeeld auto’s : 2 auto’s komen op hetzelfde moment aan, de ene auto moet via een kronkelweg rijden en de andere auto op een rechte weg recht naar de plaats van bestemming. Vraag die daarbij gesteld werd : welke auto reed het snelste ? Kinderen uit het concreet operationele stadium zullen antwoorden de gene op de kronkelweg, jongere kinderen zouden antwoorden dat ze allebei even snel reden.

  • Relatie tussen tijd en snelheid:

Bv. Auto’s

  • Conservatietaken correct oplossen:

Het water is korter, maar het is ook breder. Giet het maar eens terug, dan zie je het.” (Griet, 8j)

Decentratie: kunnen rekening houden met

verschillende aspecten van de omgeving.

  • Decentreren: Het vermogen om rekening te houden met verschillende aspecten van een situatie.

Reversibiliteit: processen kunnen omgekeerd

Worden.

  • Reversibiliteit: Het vermogen een uitgevoerde handeling ( in gedachten) weer terug te draaien.

  • Classificatie:

= Ordenen van objecten in klassen en subklassen op basis

van gelijkenissen en verschillen.belangrijk hierbij is dat ze een heel duidelijk besef/begrip nodig hebben van concepten -> lagere school kinderen kunnen heel goed classificeren. Classificeren ligt aan de basis van verzamelingen.

    • Class inclusion problem”

  • Zowel groene als gele bloemen behoren tot de categorie bloemen.

    • Verzamelen en uitwisselen.

    • Verzamelen en uitwisselen

Bv. Flippo’s, armbandjes, kaartjes van Delhaize,…

  • Concreet-operationeel stadium:

    • 1 belangrijke beperking: blijven vast zitten aan de concrete fysieke realiteit

Nog geen begrip van abstracte of hypothetische vragen.

-Nadeel : het denken moet heel concreet zijn door een visuele presentatie of ze moeten het zich mentaal voor kunnen stellen om logisch na te kunnen denken.

  • Piaget in perspectief: Piaget had gelijk- ongelijk:

12.1.2: Informatieverwerking in schooltijd:

  • Kinderen leren steeds beter omgaan met informatie

    • Ontwikkeling hersenen:

      • Myelinisatie:

        • Snelheid informatieverwerking.

        • Informatieverwerkingscapaciteit.

      • Frontale lobben:

        • Inhibitorisch vermogen.

        • Cf. Stroop-taak.

        • Groen - groen.

  • Kenmerken informatieverwerking in de schooltijd:

    • Verbetering kortetermijngeheugen.

    • Metageheugen.

    • Geheugenstrategieën.

      • Herhalen.

      • Ordenen. instaat zijn tot classificatie.

      • Sleutelwoordstrategieën.

      • Elaboratie.

  • Betere ontwikkeling van de hersenen : Myelinisatie en groei van de frontale lobben.

  • Inhiberen : gedrag controleren , automatische impulsen inhiberen .

  • Stroop- taak : Kleur komt overeen met de kleur van de woorden ( Congruent )  in de stroop taak moet je automatische responsen onderdrukken/inhiberen/controleren om de woorden niet te lezen maar om de kleur te benoemen ( moeilijk voor kinderen met ADHD omdat ze hun impulsen minder goed kunnen beheersen).

Probeer deze cijfers in 1 minuut van buiten te leren.

  1. 3 9 2 7 8 1 2 4 3 7 2 9

Hoe heb je dit gedaan? :

Verschillende strategieën : bijvoorbeeld de cijfers die hetzelfde zijn samen nemen.

  • Herinneringen:

  • Herinneringen: Het proces waarmee informatie gecodeerd, opgeslagen en weer opgehaald wordt.

  • Wil een kind zich bepaalde informatie kunnen herinneren, dan moeten deze 3 functies stuk voor stuk goed werken.

  1. Via codering: Neemt het kind de informatie in 1ste instantie op in een voor het geheugen bruikbare vorm. Kinderen die nooit geleerd hebben dat 5 plus 6 = 11 of die niet hebben opgelet toen dit hun verteld werd, zullen het zich nooit kunnen herinneren. Ze hebben die informatie namelijk nooit gecodeerd.

  2. Maar alleen blootgesteld zijn aan een feit is niet genoeg; de informatie moet ook worden opgeslagen. Het Vb. van 5+6=11 moet blijvend in het geheugensysteem worden geplaatst.

  3. Tot slot is het voor een goed functionerend geheugen nodig dat materiaal dat in het geheugen is opgeslagen ook weer teruggehaald kan worden. Via dit proces van retrieval wordt materiaal in de geheugenopslag gelokaliseerd, naar het bewustzijn gehaald en gebruikt.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]