Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

10.2.3: De theory of mind van peuters & kleuters: begrippen wat anderen denken:

  • Het ontstaan van theory of mind:

  • Vanaf 2 jaar: ontwikkeling van theory of mind

  • 2- tot 3-jarigen: Kind begrijpt:

      • Percepties

      • Emoties

      • Wensen

  • 3 à 4 jaar:

    • Begrijpen dat mensen motieven en redenen hebben voor hun gedrag

    • Besef dat mensen voor de gek gehouden kunnen worden en kunnen ‘doen alsof’

 bevorderlijk voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden

  • 4- tot 5-jarigen:

      • Kind begrijpt dat mensen ‘false beliefs’ kunnen hebben

        • Bv. Foute overtuiging opdracht = unexpected transfer taak

        • Bv. Deceptive box taakje

      • Nog onderschatting van wanneer mentale activiteit plaats vindt

      • Rapporteren over eigen gedachten is gebrekkig.

  • TOM ( theorie of mind) : het besef dat jijzelf en anderen bepaalde gedachten , gevoelens en intenties hebben.

  • Perceptie : begrijpen dat jijzelf en anderen de wereld op een andere manier zien om gedrag te verklaren.

  • Emoties : begrijpt dat jijzelf en andere negatieve gevoelens vertonen om het gedrag van andere te begrijpen/verklaren.

  • Wensen & intenties.

  • BELANGRIJK! : kinderen zijn nog steeds onder invloed van egocentrisme : zelfde perceptie en emotie van zichzelf toeschrijven aan anderen.

  • 3à4 jaar : Kunnen redenen , perceptie , emoties en wensen manipuleren , maar ze begrijpen nog niet goed wat het inhoud.

  • Experiment : Een doosje waar wasco ’s opstaan, er wordt aan de kinderen gevraagd wat denk je dat erin zit? Het kind denkt dat er wasco ’s inzitten, dan wordt het doosje opengedaan en zitten er krijtjes in. Wanneer aan een kind van 4-5 jaar gevraagd wordt wat zal beer denken dat erin zit zullen ze antwoorden : Wasco ’s. Jongere kinderen zullen antwoorden dat de beer denkt dat er kaarsjes inzitten .

Unexpected transfer taak

Waar zal Sally zoeken naar de bal?

    1. In de mand

    2. In de doos

-Kinderen 2à3 jaar : Zeggen dat Sally de bal gaat zoeken in de doos , omdat ze niet begrijpen dat Sally een foute overtuiging heeft( ze heeft de bal in de mand gestopt maar Anne heeft de bal verplaatst).

  • + 5-jarigen:

    • Kunnen denken’ wordt gewaardeerd.

    • Voor 1dezelfde situatie , verschillende perspectieven ( besef).

    • TOM : is niet mogelijk voor kinderen met ASS.

    • Inzicht in false beliefs  verschillende interpretaties zijn mogelijk van eenzelfde situatie.

      • M.u.v. ?

10.3: Morele ontwikkeling & agressie:

  • Morele ontwikkeling = de rijping van een rechtvaardigheidsgevoel en van het besef van goed en fout en het overeenkomstig gedrag

10.3.1: Het ontstaan van moreel besef: Goed & fout in de maatschappij:

  • Morele ontwikkeling: De rijping van iemands rechtvaardigheidsgevoel en van zijn besef van goed en fout, en zijn gedrag met betrekking tot die zaken.

  • Piagets visie op de morele ontwikkeling:

    • Moreel realisme: Het stadium van morele ontwikkeling waarin kinderen regels als vast en onveranderlijk beschouwen.

    • Immanente rechtvaardigheid: Het idee dat regels die overtreden worden direct bestraft dienen te worden.

    • De cognitieve benadering van Piaget

    • Onderzoek aan de hand van verhaaltjes waarin een kind iets deed dat strafbaar is:

      • A: kind heeft toevallig iets verkeerd gedaan, grote schade

      • B: kind heeft met opzet iets verkeerd gedaan, kleine schade

    • Navertellen en drie vragen beantwoorden:

      • Wat was erger, het eerste of het tweede verhaaltje?

      • Welk kind is het meest stoute?

      • Wie moet de meeste straf krijgen?

  • Antwoord jonge kinderen : kijken niet naar de intentie maar naar de gevolgen , dus naar wie heeft de meeste glazen stuk gemaakt .

  • Piaget: de morele ontwikkeling verloopt in stadia:

    • 4 - 7 jaar: heteronome moraliteit = moreel realisme

      • Regels zijn vast en onveranderlijk

vb. spelregels worden op een rigide manier gehanteerd

      • Niet elk kind hanteert dezelfde regels in spel

      • Geen invloed van intentie

      • Nadruk op de materiële gevolgen van een daad

      • Immanente rechtvaardigheid = het idee dat regels die overtreden worden direct bestraft moeten worden  Wanneer iemand de regels overtreed moet die onmiddellijk bestraft worden, ook al heeft niemand het gezien.

    • 7 - 10 jaar: beginnende coöperatie

      • Spelletjes worden socialer: meer kennis van de formele regels van spelletjes

      • Regels nog grotendeels onveranderlijk

      • Iedereen houdt zich aan de formele regels (‘juiste’ manier van spelen)

    • Vanaf 10 jaar: autonome coöperatie = moreel relativisme

      • Formele regels kunnen wijzigen als de deelnemers aan het spel hiermee akkoord zijn

      • Straffen voor wandaden worden bepaald en uitgevoerd door mensen

      • De ernst van de wandaad en de intentie van de dader bepalen de aard van de straf

  • Meningen over Piagets visie op morele ontwikkeling:

  • Bedenkingen bij de visie van Piaget op de morele ontwikkeling:

    • Piaget onderschatte de leeftijd waarop morele capaciteiten zich ontwikkelen

      • Recenter onderzoek met morele vraagstukken waarin intentie benadrukt wordt:

        • vanaf 3 jaar hebben kinderen begrip van intentionaliteit en kunnen ze op basis van intentie een oordeel vellen

  • De sociale leertheorie & morele ontwikkeling:

  • De sociale leertheorie vormt een duidelijk contrast met de theorie van Piaget. Hij benadrukt hoe beperkingen in de cognitieve ontwikkeling van peuters en kleuters leiden tot bepaalde vormen van moreel redeneren, terwijl de sociale leertheorie zich meer zicht op hoe de omgeving waarin peuters en kleuters opereren prosociaal gedrag oplevert.

  • De sociale leertheorie bouwt voort op de behavioristische theorieën. Volgens deze theorieën vloeit het prosociale gedrag van kinderen gedeeltelijk voort uit situaties waarin ze positieve bekrachtiging kregen toen ze op een moreel juiste manier handelden.

  • Prosociaal gedrag: Behulpzaam gedrag dat ten goede komt aan anderen.

  • Abstract modeling: Het proces waarbij modeling zorgt voor de ontwikkeling van algemenere regels en principes.

Hoofdstuk 12: De cognitieve ontwikkeling in de schooltijd:

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]