Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

Voorbeeldvragen:

  • Bij welke theorie passen de onderstaande uitspraken m.b.t. gender?

  • Lotte wordt geprezen door haar mama als ze haar huilende babypop zachtjes heen en weer wiegt.

  • Lana houdt van jurkjes en rokjes. Zelfs wanneer het buiten koud is, weigert ze koppig om een broek aan te trekken. “Dat is toch niets voor meisjes”, probeert ze haar moeder te overtuigen.

  • Thijs kijkt samen met zijn vader naar een trieste tekenfilm. Thijs houdt zijn tranen in. Zijn papa zegt immers altijd dat hij sterk en flink moet zijn.

  • Voorbeeld vraag 1 : Sociale leertheorie -> rechtstreekse bekrachtiging.

  • Voorbeeld vraag 2 : Vrij rigide gebruik van genderschema .

  • Voorbeeld vraag 3 : Sociale leertheorie, Psychoanalytisch : hij internaliseert het gedrag van zijn vader.

10.2: Vrienden & familie: Het sociale leven van peuters & kleuters:

10.2.1: Het ontstaan van vriendschappen:

  • < 3 jaar: weinig echte sociale interactie

  • Vanaf 3 jaar: ontwikkeling van echte vriendschappen:

    • Leeftijdsgenoten zijn individuen met eigen kwaliteiten waarmee ze willen spelen, lol maken (>< volwassenen).

    • Gericht op samen dingen doen en samen spelen.

  • Verdere ontwikkeling:

    • Vriendschap krijgt een permanent karakter, niet enkel van betekenis in het hier-en-nu maar ook in de toekomst.

    • Belang van vertrouwen, steun en gemeenschappelijke interesses neemt toe.

  • Volwassenen voor de verzorging , vrienden voor het plezier

10.2.2: De regels van het spel:

  • Spelcategorieën:

  • Functioneel spel: Een spelvorm die bestaat uit eenvoudige, zich herhalende activiteiten die typisch zijn voor 3-jarigen. Hierbij kunnen objecten betrokken zijn zoals poppen of auto’s of herhaaldelijke spierbewegingen , zoals huppelen, springen of stuk klei uitrollen. Het kind doet dus puur iets om actief te zijn, en niet met het doel een bepaald eindproduct te creëren.  Begin van de peuter – en kleutertijd houden kinderen zich hier vooral mee bezig.

  • Constructief spel: Een spelvorm waarbij kinderen objecten manipuleren om iets te produceren of te bouwen. Een kind dat een huis van lego bouwt of een puzzel in elkaar zet, is bezig met constructief spel, hij of zij heeft een einddoel. Dit type spel hoeft niet altijd gericht te zijn op het creëren van iets nieuws, kinderen kunnen vb. ook steeds aan huis van blokken bouwen, het omgooien en het vervolgens weer opbouwen. Via constructief spel kunnen kinderen hun ontluikende cognitieve en fysieke vaardigheden testen en hun fijne motoriek oefenen. Ze ervaren hoe dingen in elkaar passen en in welke volgorde dingen moeten gebeuren. Ook leren ze met andere samenwerken , een ontwikkeling die we waarnemen als de sociale aard van het spel tijdens de peuter- en kleutertijd verandert. Het is dus ook belangrijk dat volwassenen aan peuters en kleuters verschillende soorten speelgoed aanbieden waarmee zowel functioneel als constructief spel mogelijk is.

  • De sociale aspecten van spelen:

  • Parallel spel: Spelvorm waarbij kinderen met hetzelfde materiaal spelen zonder dat er sprake is van wezenlijke interactie.

  • Toekijkend spel: Spelvorm waarbij kinderen alleen maar naar het spel van andere kijken zonder zelf mee te doen.

  • Associatief spel: Spelvorm waarbij 2 of meer kinderen daadwerkelijk de interactie aangaan doordat ze speelgoed of materiaal uitwisselen of lenen, hoewel ze niet hetzelfde doen.

  • Coöperatief spel: Spelvorm waarbij kinderen echt met elkaar spelen,, ze wisselen elkaar af , dan spelletjes of bedenken wedstrijdjes.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]