Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать
  • Individuele intelligentieverschillen: De informatieverwerkingstheorie:

Visuele herkenningsgeheugen: De herinnering en herkenning van een stimulus die eerder is gezien.

Crossmodale perceptie: Het vermogen om een stimulus die op een eerder tijdstip slechts via 1 zintuig is ervaren later door middel van een ander zintuig te identificeren.

Snelheid van informatieverwerking bij baby’s:

 Correleert met latere intelligentie gemeten door IQ-test op volwassen leeftijd.  Hoe sneller kinderen leren  Hoe slimmer ze zijn.

Gebruik van gewenningstest:

  • Sneller iets over stimulus leren.

  • Aandacht van deze stimulus sneller afwenden.

Meting van het visueel herkenningsgeheugen:

  • Sneller ophalen van weergave van een stimulus uit het geheugen.  Hoe beter ze op cognitief vlak gaan ontwikkelen.

  • Meningen over de informatieverwerkingstheorie:

Theorie Piaget:

  • Groei in vrij plotse spurt.

  • Gericht op het geheel.

Beter totaalbeeld.

Informatieverwerkingstheorie:

  • Kwanitatieve veranderingen

  • Geleidelijke en meer stapsgewijze groei.

  • Afzonderlijke vaardigheden preciezere meetmethoden

Minder totaalbeeld.

 Samen van essentieel belang om een compleet beeld van de cognitieve ontwikkeling te krijgen.

Meting van cross – modale perceptie:

  • Cross-modale perceptie: Het vermogen om een stimulus die door 1 zintuig werd ervaren , op een later tijdstip te herkennen met een ander zintuig.

  • Vb. aan een kindje een foto van een hoed laten zien,  In een zak allemaal producten steken en je vraagt haal de hoed er uit  Slimme kindjes hebben hier geen problemen mee.

 Hoog niveau van abstract denken nodig.

6.3: De wortels van onze taal:

6.3.1: De basisbeginselen van taal: van geluiden naar symbolen:

Terminologie: ( woordenlijst).

Taalbegrip:

  • Begrijpen wat er gezegd wordt.

  • Taalbegrip komt veel sneller dan de taalproductie.  Jongere leeftijd,  Basisklank.

Taalproductie:

  • Taal gebruiken om te communiceren.

 Taalbegrip begint eerder dan taalproductie , taalbegrip evolueert in de babytijd sneller dan taalproductie.

Foneem:

  • Vb. De A in maken  Algemene klank.

Morfeem:

  • Gaat een betekenis toegeven, de S in auto’s.

Semantiek:

  • Geheel van regels die de betekenis van de zin bepalen.

Taal:

 De systematische betekenisvolle ordening van symbolen die de basis vormt voor communicatie.

Fonologie:

 Heeft betrekking op de basisklanken van taal, fonemen geheten die gecombineerd worden tot woorden en zinnen.

Morfemen:

 Een morfemen is de kleinste taaleenheid met een betekenis. Sommige morfemen zijn complete woorden, terwijl andere informatie toevoegen die noodzakelijk is om een woord te kunnen interpreteren, Vb. de uitgangen –s voor meervoud en –de voor verleden tijd.

Semantiek:

 Is het geheel van regels die betekenis van woorden en zinnen bepaalt. Als de kennis van semantiek zich bij kinderen ontwikkelt, zijn ze instaat om het subtiele verschil te begrijpen tussen ‘ Ellen is door een auto aangereden’ ( Antwoord op vraag waarom Ellen niet op school was) en ‘ Een auto heeft Ellen aangereden’. ( Noodgeval)

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]