Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

6.1.3: Meningen over Piaget: Steun en kritiek:

 Sleutelfiguur ontwikkelingspsychologie.  Veel bassering op zijn theorie.

 Theorie in grote lijnen accuraat.

MAAR:

 Ontwikkeling in stadia of eerder continu: verbetering als geleidelijk proces?

 Overschatting belang motorische activiteiten en onderschatting belang perceptie en zintuigen.

 Leeftijdsgrenzen juist  Onderschatting.

Vb. Objectpermanentie, imitatie,.. Veel eerder.

 Artefact van manier van meten.

 Universaliteit:

 Overgang naar volgende stadium: rijping + ervaring.

6.2: De informatieverwerkingstheorie van cognitieve ontwikkeling:

De informatieverwerkingstheorie: geeft verklaringen voor de manier waarop individuen informatie opnemen, gebruiken & opslaan.

 Gaat niet in op wat je op bepaald moment kan.

 Meer aandacht voor kwantitatieve verandering in het vermogen om informatie te ordenen en te manipuleren.  Meer, sneller, beter…

Cognitieve groei : Is de toename van complexiteit, snelheid en capaciteit op het gebied van informatieverwerking.

6.2.1: Codering, opslag & ophalen: De grondslagen van informatieverwerking:

Codering: Opname van informatie in een vorm die bruikbaar is voor het geheugen, verwerking van informatie.  Selectieve codering.  De zaken waar je alleen aandacht aangeeft worden bewust opgeslagen, waar je geen aandacht aan geeft  Verdwijnen of worden onbewust opgeslagen.

Opslag: Behoud van informatie in het geheugen.  Opnemen in het langetermijngeheugen.

Retrieval: Materiaal uit de geheugenopslag lokaliseren, naar het bewustzijn brengen en gebruiken.  Ophalen van informatie uit het langetermijngeheugen.

  • Automatisering:

 De mate waarin aandacht nodig is voor een activiteit  Automatisatie.

  • Automatische processen vergen relatief weinig aandacht.

  • Gecontroleerde processen vergen relatief veel aandacht.

  • Processen worden na verloop van tijd meer en meer geautomatiseerd. ( lopen, met een vork eten, lezen, met de auto rijden.)

 Automatische mentale processen zorgen voor vlotte informatieverwerking:

  • Coderen van informatie m.b.t frequentie.  Worden automatisch verwerkt.

  • Vb. Registreren hoe vaak je iemand ziet  Mensen die je vaak ziet, of mensen die je voor het 1ste keer ziet.

  • Ontwikkelen van bewustzijn over hoe vaak stimuli tegelijkertijd voor komen  Leren van concepten en categorisering. Vb. Vier poten, blaffen, kwispelende staart = hond.  Leren onderscheiden van concepten.

  • Leren van statistische patronen en relaties.

Illustratie : begrijpen of een hoeveelheid klopt.

 Baby’s kijken langer naar het onverwachte/ incorrecte resultaat ( 1+1=1) dan naar het verwachte/ correcte resultaat ( 1+1=2)  Baby’s van 5 maanden keken graag naar de foute oplossing  Kijken graag naar de fouten oplossing.

 Baby’s kunnen het onderscheid maken tussen een correcte en incorrecte optelsom.

6.2.2: Het geheugen in de babytijd:

Herinnering(geheugen) : Is het proces waarmee informatie wordt opgenomen en vervolgens wordt opgeslagen en opgehaald.

  • Geheugencapaciteit aanwezig bij baby’s.  Habituatie.  Stimulesen van elkaar kunnen onderscheiden.

  • Geheugencapaciteit reeds aanwezig bij foetus.

  • Geheugencapaciteit verbetert naarmate baby’s ouder worden.

 Vb. Training voetjes trappelen.

  • Herinneringen in het geheugen kunnen geactiveerd worden met hints  Lukt steeds beter naarmate baby ouder wordt.

 Is het geheugen van baby’s anders dan dat van oudere kinderen & volwassenen?:

  • Sommige onderzoekers: informatie wordt op dezelfde manier verwerkt.

 Wel verandert de aard van de informatie

 Mogelijks gebruik van andere hersendelen.

 Hou ouder, hoe sneller en duurzamer herinnering.

  • Reminder  Of hint  Hoe meer je dingens herhaalt hoe beter je iets kan herinneren.

  • Frequentie retrieval.

  • Herinnering bij baby’s:

Herinnering: Het proces waarmee informatie wordt opgenomen, opgeslagen en opgehaald.

 Herinneringen uit de babytijd zijn duurzaam MAAR:

 Ze kunnen niet altijd gemakkelijk of accuraat opgehaald worden.

 Door gebrek aan woordenschat op het moment van de ervaringen kan herinnering niet goed beschreven worden.

  • De duur van herinneringen:

Infantiele amnesie: De afwezigheid van herinneringen aan ervaringen van voor het 3de levensjaar.

 Hoe betrouwbaar blijven herinneringen uit de babytijd tijdens de rest van het leven?:

 Nieuwe informatie kan de herinneringen aan de oorspronkelijke informatie belemmeren + kan de oorspronkelijke informatie vervormen.

Recent onderzoek: Herinneringen aan persoonlijke ervaringen uit de babytijd blijven meestal niet bestaan tot in de volwassenheid, wel vanaf 18-24 maanden.

  • De cognitieve neurowetenschap van het geheugen:

 2 afzonderlijke systemen zijn betrokken bij de werking van het langetermijngeheugen.  Liggen aan de basis van het geheugen.

Impliciet geheugen:

  • Bevat herinneringen die onbewust opgehaald worden ( Vb. motorische vaardigheden  Hoe fietsen, & gewoonten)

  • De vroegste herinneringen zijn impliciet.

Expliciet geheugen:

  • Bewuste herinneringen die doelbewust kunnen opgehaald worden. > 18 maanden.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]