- •1.1: Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie:
- •Individuele ontwikkeling:
- •1.1.2: De invloed van cohorten op ontwikkeling: Ontwikkelen in een sociale wereld:
- •Normatieve historisch bepaalde invloeden:
- •Vb. 9/11; atoombom, rampen, Tsunami, oorlog, Banken crisis, Dutroux.
- •Leeftijdsgebonden invloeden:
- •Normatieve sociaal-cultureel bepaalde invloeden:
- •Niet- normatieve gebeurtenissen:
- •1.2: Kinderen: verleden, heden en toekomst:
- •1.2.1: Vroegere denkbeelden over kinderen:
- •Continue versus discontinue verandering
- •Levensloopmodel versus focus op specifieke perioden
- •Impact nature en nurture op ontwikkeling
- •Continue verandering versus discontinue verandering:
- •Kritieke en gevoelige perioden: de invloed van de omgeving:
- •Levensloopmodel versus focus op specifieke perioden:
- •De relatieve invloed van nature en nurture op de ontwikkeling:
- •Interactionisme:
- •Gevolgen voor de opvoeding van de kinderen en voor sociaal beleid:
- •2.1: Visies op kinderen:
- •2.1.1: Het psychodynamisch perspectief: focus op innerlijke krachten:
- •De psychoanalytische theorie van Freud:
- •Superego of über-ich
- •De orale fase (0 – 1,6 jaar):
- •De anaal-sadistische fase (1,6 – 3 jaar):
- •De fallische fase (3 – 5 à 6 jaar):
- •De genitale fase (11 - ... Jaar):
- •De psychosociale theorie van Erikson: Meningen over het psychodynamisch perspectief:
- •Van vrienden verwacht men een goede invloed hebben.
- •Vroegere psychosociale identiteit
- •Versterkt verzwakt
- •Verschilpunten Freud:
- •2.1.2: Het behavioristisch perspectief: focus op waarneembaar gedrag:
- •Klassieke conditionering:
- •Operante conditionering:
- •De sociaal-cognitieve leertheorie: leren door te imiteren:
- •Wie wordt als model gekozen?
- •2.1.3: Het cognitief perspectief: kijken naar de oorsprong van ons begrip:
- •3 Visies:
- •De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget:
- •De informatieverwerkingstheorie:
- •2.1.5: Het evolutionair perspectief: wat onze voorouders bijdragen aan ons gedrag:
- •2.1.6: Waarom ‘ welk perspectief is het juiste?’ De verkeerde is?:
- •3.1: Erfelijkheid:
- •3.1.1 Genen en chromosomen: De code van het leven:
- •3.1.6: Genetische advisering: De toekomst voorspellen aan de hand van genen:
- •3.2: De interactie tussen erfelijkheid en omgeving:
- •3.2.1: De rol van de omgeving: van genotype naar fenotype:
- •Interactie van factoren:
- •3.2.2: Een antwoord op het nature- nurture- raadsel:
- •3.2.7: Kunnen genen de omgeving beïnvloeden:
- •Actieve genotype- omgevingseffecten:
- •Passieve genotype – omgevingseffecten:
- •Evocatieve genotype- omgevingseffecten:
- •3.3: Prenatale groei en verandering:
- •3.3.2: De stadia van de prenatale periode: Het begin van de ontwikkeling:
- •Vanaf de embryonale fase van de moeder de baby voelen.
- •3.3.3: Problemen rond de conceptie:
- •3.3.4: De prenatale omgeving: Bedreigingen voor de ontwikkeling:
- •4.1: Geboorte:
- •4.1.2: Geboorte: van foetus tot pasgeborene:
- •4.2: Complicaties tijdens de geboorte:
- •4.2.1: Premature baby’s: te vroeg, te klein:
- •4.2.2: Postmature baby’s: te laat , te groot:
- •4.3: Wat een pasgeboren baby allemaal kan:
- •4.3.1: Fysieke vaardigheden: voldoen aan de eisen van een nieuwe omgeving:
- •4.3.3: Het leervermogen van de pasgeborene:
- •4.3.4: Sociale vaardigheden: Reageren op anderen:
- •5.1: Groei en ontwikkeling:
- •5.1.1: Fysieke groei: de snelle schreden van de babytijd:
- •4 Principes van groei: ( meerkeuzevraag: waar hoort dit voorbeeld bij)
- •5.1.2: Het zenuwstelsel en de hersenen: De fundamenten van onze ontwikkeling:
- •5.1.3: Integratie van de lichaamssystemen: de cycli van de babytijd:
- •5.2: De motorische ontwikkeling:
- •5.2.1: Reflexen: onze aangeboren fysieke vaardigheden:
- •5.2.2: Motorische ontwikkeling bij baby’s: fysieke mijlpalen:
- •5.2.4: Voeding in de babytijd: De brandstof voor de motorische ontwikkeling:
- •5.3.2: Auditieve perceptie: de wereld van het geluid:
- •5.3.3: Geur & smaak:
- •5.3.4: Gevoeligheid voor pijn & aanrakingen:
- •5.3.5: Multimodale perceptie: De input van individuele zintuigen gecombineerd:
- •6.1: Cognitieve ontwikkeling volgens Piaget:
- •6.1.1: Belangrijke elementen van Piagets theorie:
- •6.1.2: De sensomotorische periode: De basis van de vroege cognitieve groei:
- •6.1.3: Meningen over Piaget: Steun en kritiek:
- •6.2: De informatieverwerkingstheorie van cognitieve ontwikkeling:
- •6.2.1: Codering, opslag & ophalen: De grondslagen van informatieverwerking:
- •6.2.2: Het geheugen in de babytijd:
- •Vraagje:
- •6.2.3: Individuele verschillen in intelligentie: is de ene baby slimmer dan de anderen?:
- •Individuele intelligentieverschillen: De informatieverwerkingstheorie:
- •6.3: De wortels van onze taal:
- •6.3.1: De basisbeginselen van taal: van geluiden naar symbolen:
- •Vroegere geluiden & communicatie:
- •6.3.2: Het ontstaan van taalontwikkeling:
- •6.3.3: Praten tegen kleine kinderen : Babytaal:
- •7.1: De basis van sociaal gedrag:
- •7.1.1: Emoties in de babytijd: kennen baby’s emotionele pieken en dalen?:
- •Vreemdenangst & scheidingsangst:
- •7.1.2: Social referencing: voelen wat anderen voelen:
- •2 Verklaringen voor social referencing:
- •7.1.3: De ontwikkeling van het ik: Weten baby’s wie ze zijn?:
- •7.1.4: Theory of mind: Hoe baby’s het mentale leven van anderen en van zichzelf zien:
- •7.2: Relaties aangaan:
- •7.2.1: Hechting: het vormen van sociale banden:
- •7.2.2: De totstandkoming van hechting: De rollen van moeder & vader:
- •Vaders & hechting:
- •7.2.3: Interactie met baby’s: ontluikende relaties:
- •7.2.4: De sociale omgang van baby’s met leeftijdgenoten: interactie tussen baby’s:
- •7.3: Verschillen tussen baby’s:
- •7.3.1: Persoonlijkheidsontwikkeling: kenmerken die baby’s uniek maken:
- •7.3.2: Temperament: stabiele factoren in het gedrag van een kind:
- •7.3.3: Gender: Jongens in het blauw, meisjes in het roze:
- •8.1: Fysieke groei:
- •8.1.1: Het groeiende lichaam:
- •Individuele verschillen in lengte & gewicht:
- •Veranderingen in lichaamsvorm – en structuur:
- •8.1.2: De groeiende hersenen:
- •8.1.3: Het verband tussen groei van de hersenen en cognitieve ontwikkeling:
- •8.1.4: De ontwikkeling van de zintuigen:
- •8.2: De motorische ontwikkeling:
- •8.2.1: De grove motoriek:
- •8.2.2: De fijne motoriek:
- •8.2.3: Zindelijk worden: Wanneer en hoe?:
- •8.2.5: De tekening als graadmeter van ontwikkeling:
- •Vanaf 6 jaar:
- •Vanaf 7 jaar:
- •Vlakverdeling
- •Vormstadium - vlakverdelingspatronen
- •Vraag: Bij welk stadium horen deze tekeningen?
- •9.1:De intellectuele ontwikkeling:
- •9.1.1: Piagets stadium van pre operationeel denken:
- •3 Kenmerken:
- •Intuïtief denken (4 à 5 – 7 jaar):
- •4 Onvolkomenheden in het preoperationeel denken: (belangrijke fouten)
- •Voorbeeldvragen
- •Gecentreerd denken
- •Onvolledig begrip van transformaties
- •10.1: Een antwoord op de vraag ‘ wie ben ik’?:
- •10.1.1: De persoonlijkheidsontwikkeling: Conflicten oplossen:
- •10.1.2: Het zelfbeeld in de peuter & kleutertijd:
- •10.1.3: Genderidentiteit: Het ontstaan van mannelijkheid & vrouwelijkheid:
- •Voorbeeldvragen:
- •10.2: Vrienden & familie: Het sociale leven van peuters & kleuters:
- •10.2.1: Het ontstaan van vriendschappen:
- •10.2.2: De regels van het spel:
- •10.2.3: De theory of mind van peuters & kleuters: begrippen wat anderen denken:
- •10.3: Morele ontwikkeling & agressie:
- •10.3.1: Het ontstaan van moreel besef: Goed & fout in de maatschappij:
- •12.1: De intellectuele & taalkundige ontwikkeling:
- •12.1.1: De cognitieve ontwikkeling volgens Piaget:
- •12.1.2: Informatieverwerking in schooltijd:
- •Verbetering van geheugen:
- •12.1.4: Taalontwikkeling: de betekenis van woorden:
- •12.3: Onderwijs: Lezen, schrijven & rekenen ( & meer):
- •12.3.3: Lezen: Het leren ontcijferen van de betekenis van woorden:
- •13.1: De ontwikkeling van het eigen ik:
- •13.1.1: De psychosociale ontwikkeling in de schooltijd: Vlijt versus minderwaardigheid:
- •13.1.2: Een nieuw antwoord op de vraag: wie ben ik?:
- •Verschuiving van fysieke naar psychologische karakterisering van het ik:
- •13.1.3: Eigenwaarde: hoe kinderen een beeld van zichzelf ontwikkelen:
- •13.2: Relaties: Vriendschappen in de schooltijd:
- •13.2.1: Stadia van vriendschap: Een veranderende kijk op vrienden:
- •13.2.3: Gender & vriendschap: Segregatie van de seksen in de schooltijd:
- •13.2.4: Interetnische vriendschappen: integratie binnen & buiten het klaslokaal:
- •13.2.5: Pesten op school & online:
- •14.1: Fysieke rijping:
- •14.1.1: Groei in de adolescentie: Het snelle tempo van de fysieke rijping:
- •14.1.2: Puberteit: het begin van de seksuele rijping:
- •14.1.3: Beeld van het eigen lichaam: Reacties op fysieke veranderingen in de adolescentie:
- •14.1.4: De timing van de puberteit: Gevolgen van vroege & late rijping:
- •Vroege rijping:
- •14.3: Bedreigingen van het welzijn van adolescenten:
- •14.3.2: Drugs:
- •14.3.4: Tabak: De gevaren van roken:
- •14.3.5: Seksueel overdraagbare aandoeningen:
- •Verschillen naar opleidingsniveau:
- •15.1 De intellectuele ontwikkeling:
- •15.1.1: De cognitieve ontwikkeling volgens Piaget:
- •15.1.2: De informatieverwerkingstheorie: geleidelijke veranderingen in vermogens:
- •15.1.3: De adolescent als het middelpunt van het universum:
- •15.2: De morele ontwikkeling:
- •15.2.1: Kohlbergs theorie van morele ontwikkeling:
- •15.3: Schoolprestaties en cognitieve ontwikkeling:
- •15.3.1: De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs: (niet kennen)
- •15.3.2: Sociaaleconomisch status en schoolprestaties: individuele prestatieverschillen: (niet kennen)
- •Veiligheid op school en kwaliteit van het onderwijs:
- •15.3.3: Etnische verschillen in schoolprestaties: (niet kennen)
- •15.3.8: Gender & prestaties in het hoger onderwijs:
- •Verschillen tussen werkende en studerende jongeren?
- •15.4: Het kiezen van een beroep: Het werk van je leven:
- •15.4.1: De 3 perioden van Ginzberg:
- •15.4.2: De 6 persoonlijkheidstypen van Holland:
- •15.4.3: Gender & carrièrekeuze: Vrouwenwerk:
- •16.1: Identiteit: Een antwoord op de vraag ‘ Wie ben ik?’:
- •16.1.1: Zelfbeeld/ Eigenwaarde: Beschrijving van het ik:
- •16.1.2: Eigenwaarde: Beoordeling van het ik: ( 16.1.1)
- •16.1.3: Identiteitsvorming in de adolescentie: Verandering of crisis?:
- •16.1.4: Marcia’s theorie van identiteitsontwikkeling:
- •Vraagje: welke identiteitsstatus is hier van toepassing?:
- •16.2: Relaties: Familie en vrienden:
- •16.2.1: Familiebanden: Veranderende relaties binnen het gezin:
- •16.2.2: Ouder-kind conflicten in de adolescentie:
- •16.2.3: Relaties met leeftijdgenoten: Het belang van ‘erbij horen’:
- •Vriendenclubs en subculturen: Bij een groep horen:
- •16.2.5: Conformiteit: Peer pressure in de adolescentie:
- •Inleiding:
- •Agressie:
- •Koppigheid:
- •Slaapproblemen:
- •Hechting:
- •Volwassenheid:
- •Intimiteit.
- •Volgende les: laatste lesbeurt.
- •10.2: Cognitieve ontwikkeling:
- •2 Visies:
- •Contextuele theorie voor intelligentie (Sternberg):
- •10.3: Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling:
5.2.1: Reflexen: onze aangeboren fysieke vaardigheden:
De fundamentele reflexen:
Reflexen:
= niet-aangeleerde, gestructureerde onvrijwillige responsen die automatisch optreden in de aanwezigheid van bepaalde stimuli
Aangeboren responsen.
Blijvende reflexen Ademreflex, slikreflex, knipperreflex, schrikreflex.
Sommige blijven levenslang, andere zijn tijdelijk
Waarom tijdelijk?
Baby’s steeds meer controle over gedrag & spieren/lichaam.
Reflex als basis voor complexe gedragspatronen Vanaf dat we dit onder de knie hebben verdwijnt de reflex.
Stimulatie hersenen Stimuleren van hersenschors. Vb. Met leren stappen. Stimuleren van deel dat instaat voor stappen.
Reflexen ‘trainen’ Niet stimuleren kan zorgen voor overlast.
Soorten reflexen:
Voorbijgaande:
Zoekreflex of rootingreflex (<3 weken) Aaien op het wangetje , kind kijkt naar kant waar men aanraakt. Zoeken van voedsel. ( moederborst)
Stapreflex (<2 mnd) Kindje vastneemt onder armen. Stapreflex.
Tonische Nekreflex (<2.5mnd) Wanneer het kindje hoofd draait naar 1 kant, gaat het als een schermer staan.
Grijpreflex (<3mnd) kan ook met tenen.
Zwemreflex (<4-6 mnd) Kindje leggen met buik naar beneden gaat het zwemmen.
Moro-reflex (<6mnd) Als je het hoofd van het kind plots laat zakken Verschiet het, gaat armen naar buiten & snel terug naar binnen.
Babinski-reflex (<8-12 mnd) Verdwijnt niet helemaal. puntig voorwerp langs buitenkant van het voetje wrijft Gaan de tenen naar binnen buiten de dikke teen.
Blijvende reflexen:
Schrikreflex
Knipperreflex
Zuig- en slikreflex
Kokhalsreflex
Wat is het doel van deze reflexen?:
Zoekreflex of rootingreflex : Inname voedsel.
Stapreflex : Voorbereiding op onafhankelijk bewegen.
Tonische nekreflex : Onbekend.
Grijpreflex : bescherming tegen vallen.
Zwemreflex : Voorbereiding op onafhankelijk bewegen Vermijden van gevaar.
Moro- reflex : Bescherming tegen vallen. ( denkt)
Babinski – reflex : Onbekend.
Schrikreflex: bescherming
Knipperreflex : Bescherming netvlies.
Zuig – en slikreflex: bescherming.
Kokhalsreflex. bescherming stikken.
Van een aantal niet geweten.
Overlevingsinstinct ( zwemreflex) & beschermend. ( knipperreflex)
5.2.2: Motorische ontwikkeling bij baby’s: fysieke mijlpalen:
Eerste 2 levensjaren:
Verbluffende vooruitgang!.
Grove motoriek ( grote bewegingen, hele lichaam) en fijne motoriek. ( fijne bewegingen, vooral handen & vingers)
Ieder kind heeft zijn eigen tempo. Enorme variaties. Abnormaal als de variatie enorm groot is.
4 Kwartalen:
Kijkstadium:
Eerste kwartaal ( 0-3maand):
Rug – en buikligging spontaan.
Zittende & ‘stappende’ houding ( na verdwijnen stapreflex) niet spontaan.
Van passief armen & benen opgetrokken Actiever buigen en strekken.
Hoofdje optillen wanneer op buik ( eerst zijdelings dan 45°)
Gesloten vuistje met grijpreflex.
Tegen einde kwartaal Hand openen.
Van ongecoördineerde oogbewegingen Volgen met beide ogen. Wilt mee volgen, maar volgen met hoofd en lichaam lukt nog niet.
Observatie- oefening ( Paco 2.5 maand oud):
Hoofdbewegingen & stevigheid: Kan hoofd nog niet ondersteunen Hoofd is zwaar.
Oogbewegingen & kijkgedrag:
Bewegelijkheid armen & benen ( soepelheid +activiteit): Bewegingen zijn nog stijf, spieren zijn nog niet goed ontwikkelen.
Zitten: Kan zelf nog niet zitten.
Grijpgedrag & houding handen: Handen waren nog gesloten. ( vuistje)
Buiklig: houding hoofd, beweging:
Grijpstadium:
Tweede kwartaal ( 3-6maand)
Symmetrische houding bij rugligging. Ligt niet scheef.
Probeert van rug naar – buikligging te komen ( zijlig).
Beweeglijker ( soepeler).
Bij buikligging: steunen op armen, later handen & rondkijken. Meer op zijn gemak, hoofd is nog wel steeds zwaar.
Zitten met veel steun Weinig steun + hoofd rechtop aan einde kwartaal. Viel af en toe nog om, maar lukt al redelijk goed.
Betere coördinatie oog-handbeweging Voorwerp aanpakken.
180° zicht in rugligging.
Fijne motoriek Moeilijk , oog-handbewegingen proberen coördineren.
Observatieoefening Daan bijna 6 maand:
Oogbeweging & kijkgedrag:
Hoofdbeweging & stevigheid hoofd:
Houding handen:
Soepelheid beweging + mate van activiteit:
Zitten: hoofd? rug? stevigheid?
Rollen:
Grijpgedrag ( grof + fijn motorisch: houding vingers, handen) : Fijne motoriek is nog moeilijk. Kan beter grijpen. Meer gerichter grijpen.
Buiklig: Kan deze houding beter aanhouden.
Mimiek & interactie:
Indicaties orale fase: Steekt alles in zijn mondje.
Zitstadium:
Derde kwartaal ( 6-9maand)
Rollen van rug op de buik en terug
Los zitten Vallen niet meer om.
Overgang 4de kwartaal: zitten, kruipen ( sluipen), optrekken & staan ( met houvast)
Grote voorwerpen oppakken, vasthouden van hand wisselen, aangeven gooien tegen elkaar slaan.
Grijpen met duim & wijsvinger.
Kleine voorwerpen zijn moeilijker.
Rechtopstaand stadium:
Vierde kwartaal ( 9-12 maanden)
Kruipen ( handen & voeten, handen & knieën voortschuivend.)
Ondersteund aan beide handen: stappen wijdbeens.
Rond 1 jaar ( -15 maanden) : stappen aan 1 hand, los stappen.
Pincetgreep met duim & wijsvinger ( ook kleine voorwerpen)
Voorwerpen met vingers vastgehouden + complexere bewegingen mogelijk ( Vb. 2 blokken stapelen -14 a 15 maanden)
Observatie Daan bijna 12 maanden:
Daarna.. Enkele mijlpalen: 2 eerste levensjaren.
17-30 maanden Achteruit lopen.
17 a 20 maanden Met hulp de trap oplopen.
18-24 maanden Zelfstandig eten.
24-30 maanden Springen. Ronddraaien op muziek. Op tenen lopen.
33 maanden Gesloten cirkel tekenen.
Observatie – oefening : Paco ( 2,5 maand oud)
Let op:
Hoofdbeweging & stevigheid
Oogbewegingen & kijkgedrag
Beweeglijkheid armen & benen ( soepelheid + activiteit)
Zitten: Hoofd? Rug? Stevigheid?
Grijpgedrag & houding handen.
Buiklig: houding hoofd, beweging.
Grove motoriek:
Grove motoriek:
Hoewel de motorische vaardigheden van pasgeboren baby’s niet vreselijk complex zijn in vergelijking met de prestaties die ze niet veel later zullen verrichten, zijn baby’s toch tot bepaalde soorten bewegingen in staat. VB. als je ze op hun buik legt, kronkelen ze met hun armen & benen en proberen ze waarschijnlijk hun zware hoofd op te tillen. Wanneer hun krachten toenemen kunnen ze zich hard genoeg afzetten tegen het oppervlak waarop ze liggen om hun lichaam in verschillende richtingen te bewegen. Vaak schuiven ze naar achteren in plaats van naar voren.
Fijne motoriek:
Tijdens het perfectioneren van hun grove motorische vaardigheden, zoals rechtop zitten & lopen, maken baby’s ook vorderingen op het gebied van de fijne motoriek.
Als ze 3 maanden oud zijn, zijn ze enigszins in staat om de beweging van hun ledematen op elkaar af te stemmen.
Hoewel baby’s geboren worden met een rudimentair vermogen om naar een object te grijpen, is dat vermogen niet erg ontwikkeld en ook niet erg nauwkeurig.
Bovendien verdwijnt het weer na 1-4 weken. Rond 4 maanden verschijnt er een andere, nauwkeuriger vorm van grijpen. Het duurt even voordat baby’s hun grijpvermogen goed kunnen coördineren, maar al vrij snel zijn ze in staat om hun hand uit te steken en een object vast te houden.
De fijne motoriek wordt steeds geraffineerder.
