Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

5.2.1: Reflexen: onze aangeboren fysieke vaardigheden:

  • De fundamentele reflexen:

Reflexen:

= niet-aangeleerde, gestructureerde onvrijwillige responsen die automatisch optreden in de aanwezigheid van bepaalde stimuli

 Aangeboren responsen.

 Blijvende reflexen  Ademreflex, slikreflex, knipperreflex, schrikreflex.

    • Sommige blijven levenslang, andere zijn tijdelijk

      • Waarom tijdelijk?

        • Baby’s steeds meer controle over gedrag & spieren/lichaam.

        • Reflex als basis voor complexe gedragspatronen  Vanaf dat we dit onder de knie hebben verdwijnt de reflex.

          • Stimulatie hersenen  Stimuleren van hersenschors. Vb. Met leren stappen.  Stimuleren van deel dat instaat voor stappen.

          • Reflexen ‘trainen’  Niet stimuleren kan zorgen voor overlast.

    • Soorten reflexen:

Voorbijgaande:

      • Zoekreflex of rootingreflex (<3 weken) Aaien op het wangetje , kind kijkt naar kant waar men aanraakt.  Zoeken van voedsel. ( moederborst)

      • Stapreflex (<2 mnd)  Kindje vastneemt onder armen.  Stapreflex.

      • Tonische Nekreflex (<2.5mnd)  Wanneer het kindje hoofd draait naar 1 kant, gaat het als een schermer staan.

      • Grijpreflex (<3mnd) kan ook met tenen.

      • Zwemreflex (<4-6 mnd)  Kindje leggen met buik naar beneden gaat het zwemmen.

      • Moro-reflex (<6mnd) Als je het hoofd van het kind plots laat zakken  Verschiet het, gaat armen naar buiten & snel terug naar binnen.

      • Babinski-reflex (<8-12 mnd)  Verdwijnt niet helemaal. puntig voorwerp langs buitenkant van het voetje wrijft  Gaan de tenen naar binnen buiten de dikke teen.

Blijvende reflexen:

      • Schrikreflex

      • Knipperreflex

      • Zuig- en slikreflex

      • Kokhalsreflex

  • Wat is het doel van deze reflexen?:

 Zoekreflex of rootingreflex :  Inname voedsel.

 Stapreflex :  Voorbereiding op onafhankelijk bewegen.

 Tonische nekreflex :  Onbekend.

 Grijpreflex :  bescherming tegen vallen.

 Zwemreflex :  Voorbereiding op onafhankelijk bewegen  Vermijden van gevaar.

 Moro- reflex :  Bescherming tegen vallen. ( denkt)

 Babinski – reflex :  Onbekend.

 Schrikreflex:  bescherming

 Knipperreflex :  Bescherming netvlies.

 Zuig – en slikreflex:  bescherming.

 Kokhalsreflex.  bescherming stikken.

 Van een aantal niet geweten.

 Overlevingsinstinct ( zwemreflex) & beschermend. ( knipperreflex)

5.2.2: Motorische ontwikkeling bij baby’s: fysieke mijlpalen:

Eerste 2 levensjaren:

  • Verbluffende vooruitgang!.

 Grove motoriek ( grote bewegingen, hele lichaam) en fijne motoriek. ( fijne bewegingen, vooral handen & vingers)

 Ieder kind heeft zijn eigen tempo.  Enorme variaties.  Abnormaal als de variatie enorm groot is.

4 Kwartalen:

  • Kijkstadium:

  • Eerste kwartaal ( 0-3maand):

  • Rug – en buikligging spontaan.

  • Zittende & ‘stappende’ houding ( na verdwijnen stapreflex) niet spontaan.

  • Van passief armen & benen opgetrokken  Actiever buigen en strekken.

  • Hoofdje optillen wanneer op buik ( eerst zijdelings dan 45°)

  • Gesloten vuistje met grijpreflex.

  • Tegen einde kwartaal  Hand openen.

  • Van ongecoördineerde oogbewegingen  Volgen met beide ogen.  Wilt mee volgen, maar volgen met hoofd en lichaam lukt nog niet.

Observatie- oefening ( Paco 2.5 maand oud):

  • Hoofdbewegingen & stevigheid:  Kan hoofd nog niet ondersteunen  Hoofd is zwaar.

  • Oogbewegingen & kijkgedrag:

  • Bewegelijkheid armen & benen ( soepelheid +activiteit):  Bewegingen zijn nog stijf, spieren zijn nog niet goed ontwikkelen.

  • Zitten:  Kan zelf nog niet zitten.

  • Grijpgedrag & houding handen:  Handen waren nog gesloten. ( vuistje)

  • Buiklig: houding hoofd, beweging:

  • Grijpstadium:

  • Tweede kwartaal ( 3-6maand)

  • Symmetrische houding bij rugligging.  Ligt niet scheef.

  • Probeert van rug naar – buikligging te komen ( zijlig).

  • Beweeglijker ( soepeler).

  • Bij buikligging: steunen op armen, later handen & rondkijken.  Meer op zijn gemak, hoofd is nog wel steeds zwaar.

  • Zitten met veel steun  Weinig steun + hoofd rechtop aan einde kwartaal.  Viel af en toe nog om, maar lukt al redelijk goed.

  • Betere coördinatie oog-handbeweging  Voorwerp aanpakken.

  • 180° zicht in rugligging.

  • Fijne motoriek  Moeilijk , oog-handbewegingen proberen coördineren.

Observatieoefening Daan bijna 6 maand:

  • Oogbeweging & kijkgedrag:

  • Hoofdbeweging & stevigheid hoofd:

  • Houding handen:

  • Soepelheid beweging + mate van activiteit:

  • Zitten: hoofd? rug? stevigheid?

  • Rollen:

  • Grijpgedrag ( grof + fijn motorisch: houding vingers, handen) :  Fijne motoriek is nog moeilijk.  Kan beter grijpen.  Meer gerichter grijpen.

  • Buiklig:  Kan deze houding beter aanhouden.

  • Mimiek & interactie:

  • Indicaties orale fase:  Steekt alles in zijn mondje.

  • Zitstadium:

  • Derde kwartaal ( 6-9maand)

  • Rollen van rug op de buik en terug

  • Los zitten  Vallen niet meer om.

  • Overgang 4de kwartaal: zitten, kruipen ( sluipen), optrekken & staan ( met houvast)

  • Grote voorwerpen oppakken, vasthouden van hand wisselen, aangeven  gooien tegen elkaar slaan.

  • Grijpen met duim & wijsvinger.

  • Kleine voorwerpen zijn moeilijker.

  • Rechtopstaand stadium:

  • Vierde kwartaal ( 9-12 maanden)

  • Kruipen ( handen & voeten, handen & knieën voortschuivend.)

  • Ondersteund aan beide handen: stappen wijdbeens.

  • Rond 1 jaar ( -15 maanden) : stappen aan 1 hand, los stappen.

  • Pincetgreep met duim & wijsvinger ( ook kleine voorwerpen)

  • Voorwerpen met vingers vastgehouden + complexere bewegingen mogelijk ( Vb. 2 blokken stapelen -14 a 15 maanden)

Observatie Daan bijna 12 maanden:

  • Daarna.. Enkele mijlpalen: 2 eerste levensjaren.

  • 17-30 maanden  Achteruit lopen.

  • 17 a 20 maanden  Met hulp de trap oplopen.

  • 18-24 maanden  Zelfstandig eten.

  • 24-30 maanden  Springen.  Ronddraaien op muziek.  Op tenen lopen.

  • 33 maanden  Gesloten cirkel tekenen.

 Observatie – oefening : Paco ( 2,5 maand oud)

 Let op:

  • Hoofdbeweging & stevigheid

  • Oogbewegingen & kijkgedrag

  • Beweeglijkheid armen & benen ( soepelheid + activiteit)

  • Zitten: Hoofd? Rug? Stevigheid?

  • Grijpgedrag & houding handen.

  • Buiklig: houding hoofd, beweging.

  • Grove motoriek:

Grove motoriek:

 Hoewel de motorische vaardigheden van pasgeboren baby’s niet vreselijk complex zijn in vergelijking met de prestaties die ze niet veel later zullen verrichten, zijn baby’s toch tot bepaalde soorten bewegingen in staat.  VB. als je ze op hun buik legt, kronkelen ze met hun armen & benen en proberen ze waarschijnlijk hun zware hoofd op te tillen.  Wanneer hun krachten toenemen kunnen ze zich hard genoeg afzetten tegen het oppervlak waarop ze liggen om hun lichaam in verschillende richtingen te bewegen.  Vaak schuiven ze naar achteren in plaats van naar voren.

  • Fijne motoriek:

 Tijdens het perfectioneren van hun grove motorische vaardigheden, zoals rechtop zitten & lopen, maken baby’s ook vorderingen op het gebied van de fijne motoriek.

 Als ze 3 maanden oud zijn, zijn ze enigszins in staat om de beweging van hun ledematen op elkaar af te stemmen.

 Hoewel baby’s geboren worden met een rudimentair vermogen om naar een object te grijpen, is dat vermogen niet erg ontwikkeld en ook niet erg nauwkeurig.

 Bovendien verdwijnt het weer na 1-4 weken. Rond 4 maanden verschijnt er een andere, nauwkeuriger vorm van grijpen.  Het duurt even voordat baby’s hun grijpvermogen goed kunnen coördineren, maar al vrij snel zijn ze in staat om hun hand uit te steken en een object vast te houden.

 De fijne motoriek wordt steeds geraffineerder.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]