Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

3.2.7: Kunnen genen de omgeving beïnvloeden:

  1. Actieve genotype- omgevingseffecten:

Situatie waarin een kind zich richt op de aspecten van zijn omgeving die het best aansluiten op zijn genetisch bepaalde capaciteiten.

Zichzelf richten op aspecten in omgeving die het meest aansluiten bij de genetisch bepaalde capaciteiten.

Dat gebeurt wanneer iemand met een genotype opzoek gaat naar een omgeving dat bij hem past.

Goed kunnen zingen Zangschool, zanggroep

Een omgeving zoeken waar je genen goed naar buiten kan komen.

  1. Passieve genotype – omgevingseffecten:

 Situatie waarin de genen van de ouders worden geassocieerd met de omgeving waarin een kind opgroeit.

 Genen van ouders worden geassocieerd met de omgeving waarin kinderen opgroeien.

 Je gaat niet zelf de omgeving maken , maar je ouders.  De ouders bepalen de omgeving dat best bij hun past, en zo doorgeven aan hun kinderen  Dansende ouders  Geven het door aan kinderen door hen vaak mee te nemen naar dans. _ Nathalie thuis

  1. Evocatieve genotype- omgevingseffecten:

 Situatie waarin de genen van een kind een specifiek type omgeving oproept.

 Situaties waarin de genen van een kind een specifieke omgeving (reactie) oproepen.

 Het uitlokken van een omgeving.

 Baby geboren met een verhoogde kans om heel afhankelijk te zijn.

 Zeer onzeker, weent heel veel  Baby creëert dat de ouders steeds voor het kind springen  Het karaktereigenschap komt hier door ontwikkeling.

3.3: Prenatale groei en verandering:

 Duur van de zwangerschap = 40 weken  gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie.

2weken 38weken.

Begin laatste menstruatie. Bevruchting Geboorte.

3.3.2: De stadia van de prenatale periode: Het begin van de ontwikkeling:

  • Het germinale stadium: Bevruchting tot 2 weken:

Conceptie

Eicel Zaadcel

0.14 mm 0.06 mm

46 chromosomen zygote.

 Zygote deel zich gestaag ( na 1week al in 100-150 cellen) & neemt in complexiteit toe.

 eerste 5 dagen: bevruchte ei verplaatst zich van eileider naar de baarmoeder ( uterus).

 Tussen dag 6 & dag 9: Innesteling van bevrucht ei in de wand van uterus.

 Germinaal stadium : Het eerste & kortste stadium van de prenatale periode dat plaats vindt tijdens de eerste 2 weken na de conceptie.

 Placenta: een doorgeef luik tussen de moeder & de foetus waardoor voeding & zuurstof via de navelstreng wordt geleverd.

 Deling van de zygote  Steeds meer specialistisch ( ‘ morula’) Cel tros

  • Sommige cellen vormen een beschermende laag rond massa.

  • Andere cellen vormen placenta & navelstreng.

  • Placenta  Voeding, zuurstof & afvalstoffen.

  • Het embryonale stadium: 2- tot 8 weken:

 De periode van 2 tot 8 weken na de bevruchting waarin grote veranderingen plaatsvinden in de belangrijkste organen & de fundamentele anatomie.

 Fase met grote verandering in de belangrijkste organen & fundamentele anatomie.

 Embryo met 3 kiembladen:

  • Ectoderm: Huid , haar, tanden, zintuigen, hersenen & ruggenmerg.  De buitenste laag van het embryo.

  • Mesoderm: Spieren, botten, bloed & bloedsomloop.  Ligt tussen het endoderm & het ectoderm in.

  • Endoderm: O.a. spijsverteringsstelsel, lever, alvleesklier & ademhalingsstelsel.  De binnenste laag. Alvleesklier & het ademhalingsstelsel.

  • Snelle ontwikkeling :

- 3 weken: 4 mm

- 8 weken: 3 cm, beginnende ‘menselijke’ vorm

- 4e week: hart begint te kloppen, longen beginnen te ontwikkelen

- 7e week: vorming geslachtsorganen (testosteron)  Voor de 7de week is iedereen een MEISJE.

  • Het foetale stadium: 8 weken tot de geboorte:

  • Foetale stadium  Het stadium van prenatale ontwikkeling dat rond 8 weken na de conceptie begint & eindigt bij de geboorte.

  • Foetus  Een ontwikkeld kind van 8 weken na de conceptie tot de geboorte.

  • Verdere rijping & differentiatie van organen.

  • Organen beginnen te werken & raken op elkaar afgestemd.

  • Foetaal gedrag ontwikkelt zich:

 Beweging voelbaar voor moeder rond 4 maanden.

 Omdraaien, hik, duimzuigen, ogen openen & sluiten,..

 Auditieve discriminatie. ( kunnen horen  Kunnen rustig worden van muziek, onderscheid maken uit verschillende zaken.)

 Sterke lengtegroei in de 4e tot 6e maand.

In de 8e tot 24e week na de conceptie worden hormonen vrijgegeven die leiden tot de toenemende differentiatie van mannelijke & vrouwelijke foetussen. Bij jongens worden bijvoorbeeld grote hoeveelheden androgenen aangemaakt die van invloed zijn op de omvang van hersencellen & de groei van neurale verbindingen. Dit kan leiden tot verschillen in mannelijke & vrouwelijke hersenstructuren & zelfs tot latere variaties in geslacht gerelateerd gedrag.

 sterke toename in gewicht in 7e – 9e maand.

 Verandering in lichaamsproporties.

  • Grootte hoofd.

 Sommige organen pas rijp na de geboorte.  de hersenen, geslachtsorganen, spijsverteringssysteem, sluitpieren.

 Spannende tijden:

  • Eerste 12 weken  15 à 20% kans op miskraam , erna risico < 1%

  • Meestal door genetische afwijkingen.

Test je kennis: (examen)

 Welke van de onderstaande stellingen is fout?

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]