Добавил:
Upload Опубликованный материал нарушает ваши авторские права? Сообщите нам.
Вуз: Предмет: Файл:
leerkortom.eu - Ontwikkeling.docx
Скачиваний:
0
Добавлен:
01.07.2025
Размер:
7.8 Mб
Скачать

3.2: De interactie tussen erfelijkheid en omgeving:

3.2.1: De rol van de omgeving: van genotype naar fenotype:

  • Uit steeds meer ontwikkelingsonderzoeken blijkt dat gedrag niet puur door genetische of omgevingsfactoren kan worden verklaard. Het is het product van een combinatie van de 2.

  •  Temperament: Patronen van prikkeling & emotionaliteit die consistente & permanente eigenschappen van een individu vormen.

  • Bv. Obesitas = ernstig overgewicht (BMI > 30) met gezondheidsrisico’s

 Obesitas gen  Die sneller kans hebben om dik te worden.

    • Gewicht deels erfelijk bepaald

    • Toch sommigen met genetische kwetsbaarheid geen obesitas

    • HOE KOMT DIT?  Niet iedereen met dit gen wordt geen obesitas  Maar de omgeving kan ook een rol spelen.

  • Meeste eigenschappen kennen multifactoriële overerving :

 Zijn bepaald door combinatie van genetische en omgevingsfactoren

 De gene bepalen een bepaald genotype , de omgeving bepaald in welke mate het genotype in fenotype verschijnt ( gedrag, omgeving,..)

    • Genetische kwetsbaarheid of genetisch potentieel, beïnvloed door andere (veelal omgevings-)factoren.

  • Interactie van factoren:

  • Multifactoriële overerving: De bepaling van eigenschappen door een combinatie van genetische factoren & omgevingsfactoren , waarbij een genotype zorgt voor een bepaald bereik waarbinnen een fenotype zich kan manifesteren.

  • Bij multifactoriële overerving zorgt een genotye voor een bepaald bereik waarbinnen een fenotype zich kan manifesteren. Mensen met een genotype dat ervoor zorgt dat ze gemakkelijk aankomen, zullen misschien nooit relatief slank zijn, hoeveel ze ook lijnen, gezien hun genetische erfenis, maar ze zullen verder komen dan een bepaalde mate van slankheid.

3.2.2: Een antwoord op het nature- nurture- raadsel:

Onderzoek naar impact van genen & omgeving.

  • 2 methoden:

  1. Dierenonderzoek.

  2. Onderzoek bij mensen.

Vergelijken Monozygote tweelingen.

Vergelijken dizygote & monozygote tweelingen.

Adoptiestudies.

  • Dierenonderzoek: controle over de genen en de omgeving:

 Dieren fokken die op specifieke vlakken genetisch gelijk zijn.  Dieren met hetzelfde genotype. En dan bloot stellen aan verschillende omgevingen. ( vb. veel eten, veel ruimte de andere weinig eten & weinig ruimte.)

 Deze dieren in verschillende omgevingen observeren & visa versa..

 Als ze hierna hetzelfde fenotype hebben is het gen zeer belangrijk impact geweest.

 Nadeel?:  Generaliseerbaarheid naar mensen?

  • Onderzoek bij mensen: het exploiteren van genetische overeenkomsten en verschillen:

Onderzoek bij Monozygote tweelingen: 1 eigen tweeling zelfde genotype.

  • Correlationeel onderzoek bij grote groepen eeneiige tweelingen.

  • Vb. Bob-tweeling  gescheiden na de geboorte  kende elkaar niet,  Na aantal jaren leerde ze elkaar kenden  Leken ze heel hard op elkaar  snor, bril, getrouwd met een onderwijzeres met de naam Brenda.  Maar er waren ook verschillen.  De ene dikker dan de andere.

  • Meer overeenkomsten tussen tweelingen dan tussen gewone broers & zussen voor:

  • Intelligentie.

  • Persoonlijkheid.

  • Interesses.

  • Gezichtsuitdrukkingen.

  • Gebaren.

  • Snelheid van spreken.

  • Epigenetica:

  • Is de manier waarop de genen aan – of uitgezet worden door chemische veranderingen in het genoom.

  • Wordt over gegeven van generatie op generatie.  Het door geven van aangetaste genen van generatie op generatie.

  • Vb. Holocaust.  klein kinderen die nog steeds een verhoogde niveaus van cortisol  krijgen ze bij stress kinderen erfde dit over en gaven het door aan hun kleinkinderen.

  • Vb. Instorting van WTC-torens.

  • Hongersnood.  veel mensen kregen ziektes, en werden vatbaar voor van alles  100 jaar laten hebbend de inwoners nog steeds meer kans op deze ziektes.

  • Filmfragment:

Vergelijken van dizygote tweelingen ( twee eigen tweeling) & monozygote tweelingen:

  • Indien monozygote tweelingen meer op elkaar gelijken voor bepaald (gedrags)kenmerk dan dizygote tweelingen: aanwijzing rol genen/ omgeving?

Adoptiestudies:

  • Indien adoptiekind voor bepaald (gedrags)kenmerk, sterk gelijkt op dat van adoptiebrus ( adoptie broers/zussen): aanwijzing rol omgeving/genen?

  • Omgeving heeft een belangrijke rol.

Соседние файлы в предмете [НЕСОРТИРОВАННОЕ]