Curriculum Vitae
De auteur van dit proefschrift werd geboren op 29 april 1958 te Rotterdam als Cornelis Anthonius Verezen. Na zijn middelbare school, behaalde hij in 1977 het diploma opticien aan de Christiaan Huygens school te Rotterdam, waarna hij bij dit opleidingsinstituut het diploma oogmeetkunde (1978) en contactlensspecialist behaalde (1981). Na een low vision stage in het Oogziekenhuis Rotterdam, specialiseerde hij zich in low vision en trad in dienst bij Faber optiek te Rotterdam. In 1980 trad hij in dienst van Ergra optiek te Den Haag. In 1997 werd hij Fellow of the American Academy Optometry (San Antonio, Texas), en in 2000 behaalde hij het bachelariaat optometrie aan de Faculteit Gezondheidszorg van de Hogeschool Utrecht. De auteur heeft low vision aanpassingen verricht in 56 poliklinieken oogheelkunde in Nederland, waaronder Universitaire oogheelkundige centra te Nijmegen, Utrecht, Rotterdam (Erasmus MC & Oogziekenhuis Rotterdam), Amsterdam (VUmc & AMC) Maastricht en Leiden, in 3 Universitaire Klinieken in België (Leuven, Gent & Antwerpen) en bij de revalidatie instellingen Bartiméus en Visio. Hij geniet nationale en internationale bekendheid als specialist in de aanpassing van low vision aids, en is toegewijd lid van nationale en internationale verenigingen waarbij hij een bestuursfunctie vervult of heeft vervult. Hij is tevens als opleider verbonden aan diverse opleidingen in de oogzorg. In 2007 is de auteur, bij velen beter bekend als Anton, in dienst getreden bij Elvea low vision te Nijmegen.
239
Het drukken van dit proefschrift werd mede mogelijk gemaakt door:
en Stichting Researchfonds Oogheelkunde Nijmegen.
Stellingen behorend bij het proefschrift
Eccentric Viewing Spectacles
Including
An Introduction in Low Vision Rehabilitation
1.Bij excentrische fixatie hebben het oog en de hersenen zich volledig aangepast aan het excentrisch kijken.
2.Bij een centraal absoluut scotoom dient men altijd te twijfelen aan zowel de centrale locatie als de absoluutheid.
3.De excentrische kijkrichting bril verbetert noch de centrale gezichtsscherpte noch de excentrische gezichtsscherpte.
4.Zonder interventie ontwikkelt de meerderheid van de mensen met een bilateraal centraal absoluut scotoom zich een excentrische kijkrichting naar rechts.
5.De binoculaire excentrische kijkrichting wordt bepaald door het oog met de hoogste visus.
6.Iemand voortdurend schuin aankijken is sociaal niet acceptabel.
7.Er is meer aandacht nodig voor de indicatiestelling, de training en de nazorg van low vision hulpmiddelen.
8.De communicatie tussen oogarts en low vision specialist kan lastig zijn, wanneer de eerste een negatieve kijk heeft op de toestand van de patiënt, terwijl de ander met een positieve blik zoekt naar wat een patiënt nog wel ziet.
9.In veel kerken, de plaats waar het licht wordt gebracht, is de verlichting voor slechtzienden onvoldoende.
10. Een optometrist werkzaam in een optiekbedrijf moet zich realiseren dat hij vrijwel uitsluitend brildragers screent op pluis en niet pluis.
11. Indien een patiënt aangeeft niet te kunnen lezen impliceert dit niet dat de patiënt aangeeft te willen lezen.
12. De huidige therapieën voor macula degeneratie geven weliswaar een stabilisering
van de visus, maar ook een langere periode van onzekerheid over de keuze van een low vision hulpmiddel.
13. De oogarts moet zijn patiënt na de behandeling recht in de ogen kunnen kijken.
14. De eerste proefpersoon met de excentrische kijkrichting bril had een vooruitziende blik.
15. Soms bepaalt de minister van financiën - en niet de gezichtsscherpte - of iemand nog beursberichten leest.
16. Als ‘search’ zoeken is, betekent ‘research’ dan dat je altijd blijft zoeken?
Anton Verezen, december 2008
